Zinmakers: Danny krijgt met zijn positivisme iedereen mee, ook de ouders van cliënten

08 juni 2022

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Deze keer is het de beurt aan zelfstandig zorgprofessional Danny van der Stelt (33).

Eerst dacht de 9-jarige Danny dat het wel zou loslopen. Maar toen zijn zusje ouder werd, zag hij het: ze is anders dan anderen. Ze bleek een matig verstandelijke beperking te hebben. Het functieniveau van een 4- of 5-jarige. Lezen en schrijven lukt haar niet. Maar met haar communiceren, dat gaat perfect. Danny en zijn inmiddels 24-jarige zusje zijn twee handen op één buik. De band is zeer hecht.

Van hobby naar beroep

Eigenlijk, zegt Danny, heeft hij een beetje van zijn hobby zijn beroep gemaakt. Want hoe ouder zijn zusje werd, hoe meer hij inzag dat dingen die vanzelf zouden moeten gaan, bij haar soms uiterst moeizaam verliepen. ‘Ik ging met haar mee naar school, organiseerde bingoavonden voor haar en haar vriendjes en vriendinnetjes. Op latere leeftijd keek ik ook naar haar zorgplannen, dacht ik met mijn ouders mee over de instelling die bij mijn zusje zou passen. Ik vind mensen met een beperking geweldig; ze zijn puur en oprecht.’

Spring maar op m’n rug

En dus was het niet onlogisch dat Danny op zijn 20ste in de zorg belandde. Hij koos niet de makkelijkste weg. ‘Ik had met cliënten zoals mijn zusje kunnen gaan werken. Matig verstandelijke beperking, syndroom van Down, een beetje de “makkelijke” gehandicapten. Maar ik koos voor de Very Intensive Care. Cliënten met moeilijk verstaanbaar gedrag, agressie, hechtingsstoornis en automutilatie. Ook zij hebben recht op een zo menswaardig mogelijk leven. Ik wil niks liever dan cliënten het gewone leven laten ervaren. Spring maar op m’n rug. Ik geef jou het vertrouwen en samen komen we er wel. Samen kunnen we de wereld aan. Dat is ook precies de visie van Zeno. Daarom passen we zo goed bij elkaar. Zeno staat echt voor de kwaliteit van de zorg. Iedereen die hier werkt, doet dit oprecht vanuit zijn hart.’

Zwembad ontruimd

Dat gaat vaak goed. Maar niet altijd. Er moest eens een volledig zwembad worden ontruimd, omdat een cliënt ondanks een zwemluier ontlastte in het water. ‘En ik heb eens meegemaakt dat mensen in een park in Den Bosch de politie belden. De drukte werd een cliënt te veel, waardoor hij hevig auto mutileerde en zichzelf begon te bijten. Ik moest hem fixeren, maar dat viel natuurlijk op. Achteraf hadden we die situatie verkeerd ingeschat; we hadden niet naar het park moeten gaan. Maar dat houdt me niet tegen om het de volgende keer weer te proberen.’

Positivisme en ADHD

Het is maar goed dat Danny positief is ingesteld. ‘Wat ik van collega’s vaak hoor, is dat ik door mijn enthousiasme en mijn super positieve houding cliënten vaak vanzelf mee krijg. Ik hoef daar geen moeite voor te doen. Ik ben gewoon positief en heb ook een beetje ADHD. Een combinatie die een positieve weerslag heeft op cliënten, maar ook op teamleden.’

Kneepjes van het vak leren

Dat laatste komt dan weer van pas in zijn huidige functie van teamleider/-manager. ‘Er komen vanwege de enorme vraag naar personeel steeds meer onervaren mensen de zorg in. Ik leer hen de kneepjes van het vak en de methodieken, zoals Triple C. Ook bewaak ik als teamleider de onderlinge sfeer. Mijn overtuiging is: hoe sfeervoller het is tussen collega’s onderling, hoe beter het is voor de cliënten. Zo zorg ik ervoor dat we samen dezelfde koers varen, richting die stip aan de horizon. Dat is niet altijd makkelijk, want meestal kom ik in situaties waarin het niet lekker loopt. Maar met mijn positivisme en mijn manier van werken en structuur aanbrengen, komt het uiteindelijk altijd goed.’

Contact met ouders

Ook vindt Danny het belangrijk om de driehoek cliënt-ouder-begeleiding te bewaken. ‘Je hebt elkaar nodig om tot iets moois te komen voor een cliënt. Het contact met ouders is zó belangrijk, weet ik uit persoonlijke ervaring. Het is voor ouders vaak moeilijk om de zorg voor hun kind uit handen te geven. De ene ouder zegt: dit kan mijn kind helemaal niet. De ander vindt dat je het kind te weinig aandacht geeft. Thuis mogen cliënten soms andere dingen, om ze een beetje te pleasen. Als begeleiding kunnen we daar niet altijd in meegaan, wij bewaken de lijn tussen wens en behoefte. Maar het is wel belangrijk om daar goed over te praten met ouders.’

Voor altijd zorgen

En zijn zusje? ‘Zij doet het supergoed op de woongroep waar ze nu woont met veertien anderen. Dat is niet vanzelfsprekend, dus ik ben blij dat het zo goed gaat. Regelmatig ga ik bij haar langs en gaan we leuke dingen doen. Dat zal ik altijd blijven doen, net zoals werken in de zorg. Ik kan me geen mooier werk voorstellen.’