Zinmakers: Stijn past zich als een kameleon aan, maar is altijd die vrolijke, frisse wind

22 juni 2022

Zelfstandig zorgprofessional Stijn Riethoven

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal zelfstandig zorgprofessional Stijn Riethoven (30).

Komt het doordat hij al zijn hele leven in Noordwijk aan Zee woont? Wellicht. Hoe dan ook, Stijn wil in zijn werk de aangename zeebries zijn die over een groep of door een zorginstelling waait. Collega’s een bakje koffie aanbieden. Een gesprek aanknopen, over koetjes of kalfjes of juist over een bepaalde zorguitdaging. De sleur doorbreken. Er een leuke dag van maken voor andere begeleiders. ‘Ik hou van gezelligheid en nieuwe mensen leren kennen,’ zegt Stijn daarover. ‘Ik ben leergierig en stel veel vragen. Waarom krijgt een cliënt drie suikerklontjes in zijn koffie? Daar ben ik oprecht benieuwd naar, zonder direct een oordeel klaar te hebben.’

Vastgeroest

In die zin is het maar goed dat Stijn vorig jaar besloot om zelfstandig zorgprofessional te worden. ‘Ik stond op een groep waar ik de cliënten door en door kende. Ik hoefde niet meer heel diep na te denken over wat ik deed, roestte een beetje vast. Als je telkens nieuwe opdrachten doet op nieuwe plekken, moet je telkens weer anticiperen op cliënten en op situaties. Dan moet je echt weer goed kijken wat een cliënt nodig heeft. En zo jezelf uitdagen. Via Zeno heb ik de mogelijkheid om bij verschillende zorginstellingen opdrachten aan te nemen en mijzelf te blijven ontwikkelen.’

Praktijkervaring bij Zeno

Stijn – na een commerciële opleiding al snel in de zorg terechtgekomen – werkt vrijwel alleen maar voor Zeno. ‘Ik hoorde over Zeno van andere zelfstandige zorgprofessionals. Al na één gesprek met directeur Lucas van Wingerden was ik overtuigd. Hij heeft praktijkervaring, net als andere mensen uit de leiding. Dat voel je direct. Bij andere bureaus waren de gesprekken een stuk oppervlakkiger. Bij Zeno kunnen ze zich makkelijker verplaatsen in mij als begeleider. Bovendien werkt hier mijn type mens; iedereen straalt uit dat het leuk is om in de zorg te werken. En iedereen wil kwaliteit leveren.’

Afwisselende doelgroepen

Hoewel Stijn het gezellig wil hebben met zijn collega’s, zijn het uiteindelijk de cliënten voor wie het doet. Voorkeur heeft hij niet. ‘Tijdens mijn leerperiode werkte ik elk jaar met andere doelgroepen. Die afwisseling vind ik fijn. Met de ene cliënt kun je goede inhoudelijke gesprekken voeren. Bij de ander ga je alleen een bakkie doen. En met weer een andere cliënt kun je vrijwel niet communiceren en eigenlijk alleen maar zorgen. Maar als je dan ziet dat de cliënt toch geniet van een lange wandeling door de duinen, dan haal ik daar ook voldoening uit.’

Gewoon is anders

Bovendien kijkt Stijn zonder oordeel naar cliënten. De uitspraak ‘gewoon is anders’ – passend bij de Triple C-behandelmethodiek – lijkt hem op het lijf geschreven. ‘Vroeger had ik al heel uiteenlopende vrienden. Van die echte voetbaljongetjes tot gothics en punkers. Dat vond ik juist wel lachen. Met iedereen had ik andere gesprekken en andere raakvlakken. Daar heb ik zeker profijt van in mijn werk. Mensen met een handicap zijn volledig zichzelf, hebben geen filter. Dat vind ik mooi. Ik pas me ook vrij makkelijk aan, kan met iedereen wel goed omgaan.’

Euforisch in de supermarkt

Stijn geeft een voorbeeld: ‘Een cliënt in een rolstoel, op een ambulante groep, vroeg me eens of hij mee mocht toen ik lunch ging halen in de supermarkt. Tuurlijk, zei ik. Nou, toen we daar waren begon hij keihard te praten. Zo blij was hij. “Hé Stijn, gaaf hè, in de supermarkt! Leuk hè?” Hij was helemaal euforisch. Ik ging daar lekker in mee. Blijkbaar kwam die jongen weinig buiten en was dit een heel groot ding voor hem. Man, op dat soort momenten kan ik wel een tijdje teren.’

Kloten als het kan, serieus als het moet

Stijn is chill, relaxed. Hij houdt van een geintje en “een beetje kloten”. ‘Maar wanneer het serieus moet, dan ben ik serieus. Cliënten hebben grenzen nodig. Aan de andere kant moet je hun behoeften serieus nemen, maar daarbij realistisch zijn. De spanning die je creëert om iets te bereiken, weegt niet altijd op tegen het resultaat. Ik had eens een cliënt die zichzelf te hoog inschatte. Het was zijn droom in een supermarkt te werken, maar dat zat er niet in. Het kostte al moeite om hem kranten te laten rondbrengen. In het begin moest ik letterlijk tot elke brievenbus meelopen om te kijken of hij het goed deed. Uiteindelijk kon hij zelfstandig een kant van de straat doen, terwijl ik de andere kant deed. Desondanks hield hij de wens om in de supermarkt te werken. Ik heb eerlijk verteld dat dit niet ging lukken. Een lastige boodschap, maar samen hebben we gezocht naar een alternatief. Nu ruimt hij naast zijn krantenwijk ook afval op. Daarmee is hij tevreden en daar gaat het om.’