Zinmakers: Vera wordt elke dag weer een stukje creatiever

19 mei 2022

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Deze week is zelfstandig zorgprofessional Vera Fernandes aan de beurt.

Zinmaker Vera Fernandes

Triple C. Vera Fernandes zweert bij de behandelmethodiek, waarop de visie van Zeno is gebaseerd.  Sterker nog, een van de belangrijkste reden om voor opdrachten via Zeno te kiezen is wanneer er op basis van deze methode gewerkt wordt. De basisprincipes kan Vera dromen. Niet het probleemgedrag, maar de menselijke behoefte als uitgangspunt nemen. Cliënten het gewone leven laten ervaren, een veilige plek bieden, een betekenisvolle invulling van de dag geven. ‘Daar hoef ik nooit over na te denken. Dat zit er ingebakken,’ vertelt de 42-jarige Rotterdamse.

Elke situatie is weer anders

De manier waarop Triple C in haar manier van werken terugkomt, is elke keer anders. ‘Het is vooral een goede basis om op terug te vallen,’ zegt ze. ‘Maar je moet elke keer weer creatief zijn. Want elke cliënt en elke situatie is weer anders.’ In de heat of the moment denkt ze niet te veel na. Dan handelt ze, op een manier waarvan ze denkt dat goed of nodig is. Is de situatie onder controle, dan gaat ze nadenken. Reflecteren. ‘Ik praat over de situatie met collega’s. Wat hebben we goed gedaan, wat hadden we anders kunnen doen?’ Zo leert ze elke dag weer iets bij. Allemaal voor dat ene doel: cliënten zo goed mogelijk helpen.

Altijd al behulpzaam

Dat Vera de zorg in zou gaan, was al snel duidelijk. ‘Volgens mijn moeder was ik als klein meisje al heel behulpzaam en wilde ik voor mensen zorgen.’ Het werd aanvankelijk de ouderenzorg, na een studie sociaalpsychiatrische verpleegkunde (SPV). Vera kwam thuis bij ouderen. Om met hen te praten, gezelschap te houden. Maar na een tijdje wilde ze verder. ‘De dagen begonnen steeds meer op elkaar te lijken. Het was leuk en gezellig hoor. Maar ik wilde nog meer zin aan mijn werk geven.’

Stappen maken

Via een vriend belandde Vera dertien jaar geleden in de intensieve zorg voor mensen met een licht verstandelijke beperking. ‘Hen kon ik echt vooruit helpen, dat merkte ik direct. Waar het bij de ouderen vooral belangrijk was om er te zijn, kon ik met deze doelgroep echte stappen maken. Onderzoeken waar hun behoefte zit, samen gericht aan een doel werken. Dat sprak me direct aan. Daarnaast was het lekker actief. Ik ging met die jongens naar de dagbesteding, we maakten uitstapjes. Dit werk bleek zoveel afwisselender dan de ouderenzorg. Het was precies wat ik zocht.’

Van vijand naar beste vriendin

Een van Vera’s mooiste successen? Dat is het resultaat dat ze behaalde met haar huidige cliënt, een man van middelbare leeftijd met een licht verstandelijke beperking. ‘Hij zit tussen oudere mensen, in een bejaardenhuis, en kreeg daar niet wat hij nodig had. Toen ik binnenkwam, moest hij niks van me hebben. Ik was al de zoveelste die hem beterschap beloofde. Met heel veel geduld heb ik zijn vertrouwen gewonnen. We gaan schilderen, handwerken, wandelen, fietsen. Hij kan zich nu beter uiten en zit zichtbaar lekkerder in zijn vel. Hij noemt me zelfs zijn beste vriendin. Als ik een paar dagen vrij ben geweest, heeft hij me gemist.’

Buikpijn door afscheid

Professionele afstand tussen cliënt en begeleider moet er zijn, vindt Vera. Maar ze zoekt wel de grenzen op. ‘Ik wil vooral die lach op zijn gezicht zien. Dat maakt het voor hem leuker, maar ook voor mij. Binnenkort komt er een einde aan onze samenwerking, omdat hij gaat verhuizen naar een betere plek. Hij weet dat, maar wil er weinig over spreken. Ook ik vind het moeilijk om los te laten, ik heb er pijn in mijn buik van. Dat ik dát voel, zegt voor mij alles; dáárin zit voor mij de zin om te zorgen. Als ik niks zou voelen bij die verhuizing, dan zou dit vak voor mij geen zin hebben.’