Zinmakers: Fatima staat haar mannetje, ondanks haar 1 meter 60

17 augustus 2022

Fatima Ben Allouch

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Dit keer is het podium voor zelfstandig zorgprofessional Fatima ben Allouch (37). Zij werkt sinds begin 2022 als zzp’er voor Zeno en combineert dit met een functie in loondienst als schoolmaatschappelijk werker bij een jeugdhulporganisatie.

Onlangs werd Fatima over haar arm geaaid door een blinde man met een beperking. Zomaar ineens. Alsof hij wilde zeggen: ik vertrouw je. Het kippenvel stond direct duimendik op haar arm. ‘In de positieve zin van het woord, hè,’ zegt ze. ‘Zo’n aanraking, doet echt iets met me. Sommige cliënten voelen je gewoon aan. Dát soort kleine momenten, ja, dat is waarvoor ik in de zorg werk.’

Verdrietig en dankbaar

Het zijn de momenten waarover Fatima ’s avonds thuis vertelt aan haar dochters van 11 en 9 jaar. Of over die 40-jarige man met het brein van een kind van zes maanden. ‘Mijn kinderen worden daar soms emotioneel of verdrietig van,’ vertelt de Marokkaanse. ‘Maar ze vinden het ook mooi dat die mensen er toch iets van maken. “Ze lachen gewoon”, zeggen ze dan, als ik een foto of filmpje laat zien. Ik vind het mooi om dat met mijn kinderen te delen. Het laat hen ook inzien dat ze dankbaar moeten zijn. Dat ze gezond zijn, dat ze het goed hebben.’

De lessen van mama

Zelf leerde de Marokkaanse Fatima ook lessen van haar moeder. Hoewel zij – samen met haar man – zes kinderen opvoedde, was er altijd ruimte om anderen te helpen. ‘Als mijn moeder een kind ziet met een gescheurde broek, maakt ze die broek. Speelden er vroeger kinderen urenlang bij ons voor de deur, dan gaf ze hen eten. Voor zwervers bij de supermarkt koopt ze nog regelmatig eten. Die vrouw is een en al goedheid.’

Van zelfmoord tot knokpartijen

Niet gek dus dat vier van de zes kinderen de zorg in gingen. Fatima belandde uiteindelijk in de jeugdzorg. Als pedagogisch medewerker hielp ze ruim twaalf jaar zogeheten probleemjongeren. ‘In 99 procent van de gevallen zaten ze in situaties waar ze niet zelf voor hadden gekozen. Dat raakte me.’ Ze maakte van alles mee. ‘Een zelfmoordpoging van een meisje dat werd gepest bijvoorbeeld. Ook heb ik ’s ochtends vroeg eens een meisje uit een bushokje gehaald, onder invloed van alcohol en drugs. Een andere jongen van die groep had haar aan zijn vrienden verkocht voor seks. En ik ben meermaals tussen twee jongeren gesprongen die letterlijk met elkaar op de vuist gingen.’

Nooit achteruit lopen

Daar kwam die andere les van moeder van pas. ‘Ze zei altijd: “Je moet voor niets of niemand achteruit lopen. Loop altijd vooruit en laat niemand zien dat je bang bent”. Dat heb ik goed in mijn oren geknoopt.’ En dus kende Fatima geen angst toen ze tussen de jongeren sprong. Ze mag dan slechts 1,60 meter zijn en een warme uitstraling hebben, ze heeft óók een leeuwenhart. En allesbehalve een teer lichaam. In de sportschool en tijdens het kickboksen kweekte ze haar spieren. ‘Als het moet, merk je pas echt hoeveel kracht er ook in een vrouwenlichaam zit. Ik kreeg die jongens uit elkaar.’

Levelen

Niet dat ze haar kracht vaak moet gebruiken. Meestal heeft Fatima de situatie onder controle. Haar toverwoord? Levelen. ‘Je moet op het niveau van de cliënt komen en op dat niveau communiceren. Willen ze in straattaal aangesproken worden? Prima, dan doe ik dat. Ik heb ook dove mensen begeleid; dan betekent levelen dat je gebarentaal leert en zo met hen communiceert. Helaas levelt niet iedereen in zorg. Vaak is het: de cliënt moet gewoon luisteren. Maar zo zwartwit is het niet.’

Megarelaxed, maar wel duidelijk

Al is Fatima zeker hard en direct als het moet. ‘Ik ben als begeleider in de basis heel erg low key, zen en megarelaxed. Maar vanaf het begin geef ik bij cliënten aan wat de grens is. Je kan met me lachen, met me kletsen, je mag bij me uithuilen of tegen me schreeuwen. Maar je blijft te allen tijde respectvol naar mij, mijn collega’s en de regels. Als je dat niet bent, zie je een andere versie van mij.’

Familiegevoel bij Zeno

Die duidelijkheid wordt gewaardeerd. Niet alleen cliënten, maar ook collega’s het fijn vinden om met Fatima te werken. Dat zit ‘m niet alleen in de broodjes shoarma of poffertjes die ze regelmatig bereidt. Het zit ‘m vooral ook in haar lach, haar positivisme en haar luisterend oor. ‘Zo houden we het leuk met elkaar. Je moet de tijd en de moeite nemen om af en toe iets speciaals te doen. Met eten of met een uitstapje. Mijn ervaring tot nu toe is dat alle Zeno-collega’s er zo in staan. Het voelt echt als een familie. Dat vind ik heel fijn; dat maakt werken in de zorg een stuk leuker.’