Zinmakers: hoe extremer het gedrag, hoe rustiger Michel wordt

14 september 2022

Michel Oosterbroek

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal: Michel Oosterbroek (36), zorgprofessional in dienst bij Zeno.

Wie wordt er niet rustig van Michel Oosterbroek? Hij mag er van een afstand dan uitzien als een beer van een vent – flink postuur, kale kop en goedgevulde baard – als hij begint te praten, klinkt hij rustig en bedachtzaam en beginnen zijn vriendelijke ogen te stralen. Precies die rust krijgt Michel over zich heen als zich extreme situaties voordoen op de werkvloer. Bijvoorbeeld toen hij door een cliënt met een mes bedreigd werd. Of die keer dat hij nietsvermoedend thee ging zetten voor een cliënt. Kokend water dat bedoeld bleek om over hem en andere cliënten heen te gooien. ‘Daar leer je van,’ zegt Michel met een lichte grijns.

Stap vooruit, met respect voor de cliënt

Nooit laat Michel zich van de wijs brengen. ‘Er komt een bepaalde rust over me heen als er iets gebeurt,’ zegt hij. ‘Waar sommige zorgprofessionals een cliënt snel naar de grond werken, probeer ik dat te voorkomen met mijn houding en met woorden. In negen van de tien situaties stap ik naar voren. Maar wel met respect voor de cliënt. Ik onderschat niemand. Vaak werkt dat. Ik weet dat rustig blijven het best is om de situatie te controleren. Gelukkig kan ik dat in praktijk brengen, mede dankzij mijn karakter. Eigenlijk heb ik vanaf het begin aansluiting gehad met allerlei typen cliënten.’

Iemands leven mooier maken

Ook na ruim vijftien jaar als begeleider geniet Michel ervan als hij cliënten tot rust kan brengen. Hij gloeit van plezier als een dienst die chaotisch begon doordat een cliënt het huis verbouwde, eindigt met een frisse duik in een kanaal met diezelfde cliënt. ‘Als er eerst geen woord met iemand te wisselen is, maar diegene dan totaal ontspannen naar bed gaat… Ja, dan zit ik met een heel fijn gevoel in de auto terug naar huis. Het is ontzettend fijn dat je met je eigen kwaliteiten het leven van iemand anders mooier kan maken. Uiteindelijk draait het dáár om in de zorg.’

Klaar met de zorg

Toch was hij er eigenlijk wel klaar mee, met de zorg. De laatste jaren zag hij bij steeds minder collega’s dezelfde passie en drive voor het vak als hij zelf heeft. ‘Elke organisatie zegt dat de cliënt centraal staat, maar op de werkvloer merkte ik daar steeds minder van. Ik snap dat vanuit financieel oogpunt keuzes gemaakt moeten worden, maar ik ben ervan overtuigd dat dit niet ten koste hoeft te gaan van de kwaliteit van zorg. Maar ik trof weinig collega’s die er hetzelfde in stonden als ik.’

Gegrepen door Zeno

Hij stond in de startblokken om het roer om te gooien en een studie bestuurskunde te beginnen, toen hij Zeno-oprichter Lucas van Wingerden tegenkwam. ‘Ik werd gegrepen door zijn verhaal. Na dat gesprek dacht ik: hé, er zijn toch nog gelijkgestemden in de zorg. Toen ben ik bij Zeno in dienst gegaan. Al tijdens mijn eerste opdracht bleek dat een goede keuze. Ik begon op een locatie waar ook al snel drie anderen via Zeno kwamen werken. Dat voelde gelijk vertrouwd, omdat we dezelfde mentaliteit en visie hebben. Deze mensen snappen het, voelde ik meteen.’

Andere begeleiders coachen

Daar mogen – nee: moeten – er meer van komen, vindt Michel. De laatste jaren klinkt er in zijn hoofd steeds vaker een stemmetje, dat zegt: ik wil niet alleen cliënten, maar ook andere begeleiders helpen. En ongezonde structuren binnen een organisatie bespreekbaar maken en herstellen. ‘De leidende rol die daarvoor nodig is dwing ik vaak af in de praktijk. Ik wil ervoor zorgen dat anderen net zo makkelijk aansluiting vinden bij cliënten als ik. Bijvoorbeeld door hen te leren dat werken met cliënten geen eenrichtingsverkeer is. Je hoeft geen lijstje af te vinken, je moet een dialoog aangaan. Neem de cliënten op de groep waar ik nu gedetacheerd ben. Sommigen hebben al eens zelfstandig gewoond, maar zijn nu even teruggeworpen. Hen hoef je niet te vertellen wat ze moeten doen. Je moet hen erbij betrekken, samen tot de invulling van een zinvolle dag komen.’

Met vertrouwen op de werkvloer

Ook coaching heeft altijd al in Michel gezeten. ‘In het verleden heb ik ook weerbaarheidstrainingen en collegiale traumaopvang gegeven aan collega’s. Gewoon, omdat ik het belangrijk vind dat collega’s met meer vertrouwen op de werkvloer staan. Het zou zonde zijn als mensen afhaken, omdat ze te weinig vertrouwen hebben. We hebben iedereen nodig in de zorg! Daarom vind ik het coachen van collega’s momenteel leuker dan de directe zorg op de werkvloer. Dáár zit nu echt mijn drive. In het grotere plaatje heeft dat voor mij meer waarde.’ Eén ding lijkt daarbij vast te staan: als Michel begint te spreken, dan zullen zijn collega’s rustig naar hem luisteren.