Zinmakers: Jaber kijkt nooit op de klok om te zien of zijn dienst er al op zit

27 september 2022

'Na jaren liep die man weer. "Ik sta achter je, er kan je niks gebeuren", zei ik'

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie maak je kennis met zelfstandig zorgprofessional Jaber Ghamouzi (24).

Jaber Ghamouzi zegt het eerlijk. Vijf jaar geleden wist hij niet eens dat er woongroepen bestonden voor mensen met een beperking. Alleen ouderen woonden met elkaar in verzorgingshuizen, dacht hij. En wat denk je? Bleek er letterlijk achter zijn huis al jarenlang een woongroep te zitten waar mensen met een beperking intensief werden verzorgd. ‘Nooit geweten,’ zegt Jaber. ‘Je zag die mensen ook nooit buiten. Voor mijn gevoel zijn zij pas de laatste jaren meer onderdeel geworden van de maatschappij. Maar het kan natuurlijk ook dat ik er toen pas oog voor heb gekregen.’

Meeslepende meeloopdag

Die interesse hing samen met zijn baantje als taxichauffeur. Regelmatig bracht Jaber mensen met een beperking van A naar B. Via een vriend liep hij eens een dagje mee op een groep. ‘Er werden stoelen gegooid, mensen aangevallen. Ik vond het vrij spannend. Maar ik dacht ook: waar komt deze agressie vandaan? Ik realiseerde me wel dat zoiets niet zomaar gebeurt. Een cliënt kan niet praten, maar probeert op zo’n manier toch iets te zeggen. Dat intrigeerde me. Ik bleef hangen in die wereld. En zo realiseerde ik me dat er op die eerste meeloopdag onbekende gezichten waren. Dat nabijheid ontbrak. En dat het programma afweek van de standaard. Daarom ging het fout.’

Alleen maar cola halen

Dat zijn dus de dingen waar Jaber nu zelf extra op let. Sinds vier jaar is hij persoonlijk begeleider, waarvan de laatste twee jaar via Zeno. Jaber wil ‘lekker weg’ met cliënten, hen ‘de wereld laten zien’. Samen papier prikken, een krantenwijkje lopen, een boodschap doen in de supermarkt. Hij wil iets opbouwen met cliënten. ‘Ik heb een cliënt die uit zichzelf naar me toekomt. Alles waar hij mee zit, spaart hij op tot ik weer aan het werk ben. Dan oogt hij heel gespannen als ik binnenkom. Maar het duurt niet lang of alles komt eruit. Dat hij baalt dat hij zijn eigen geld niet mag beheren. Dan leg ik hem dat zijn ouders het beste voor hem willen. En maak ik een geintje dat ie anders alleen maar cola gaat halen. Dan begint ie te lachen, een teken dat hij het begrijpt.’

‘Ik ben sneller dan jij!’

Of neem die man van in de veertig, in zijn rolstoel. Eerst liep hij nog wel eens, met behulp van een looprek. Tot hij een keer viel en het niet meer wilde. De motivatie zakte, bij hem en zijn begeleiders. Stukje bij beetje hoorde Jaber van andere begeleiders over zijn voorgeschiedenis. Hij bouwde een band op; ze hadden samen een bedritueel. Muziekje erbij, beetje lachen, flauwe grapjes maken. Hij lachte zich rot als Jaber zei: ‘Ik ben toch sneller dan jij!’ Op een dag stelde Jaber voor om weer eens te proberen om te lopen. ‘Na een paar keer aandringen zegde hij toe. Ik zag de spanning in zijn ogen. Elke vijf seconden zei ik: “Ik sta achter je, er kan je niks gebeuren”. Dat gaf hem vertrouwen. Uiteindelijk bewogen we wekelijks, nadat hij dus jarenlang niks had gedaan.’

Emoties

Jaber krijgt een brok in zijn keel als hij het vertelt. ‘Op de werkvloer probeer ik die emoties altijd binnen te houden. Maar na de dienst word ik weleens emotioneel hoor, als ik aan dat soort situaties terugdenk,’ zegt hij. ‘Dit zijn de mooie dingen van ons vak. Maar ik geniet ook van de spanning. Het constant scherp moeten zijn, omdat er in een onbewaakt moment iets kan gebeuren.’

Nooit op de klok kijken

Wat hem een goede begeleider maakt? Jaber denkt even na. ‘Dat ik het niet als werk zie,’ zegt hij dan. ‘Ik doe met cliënten dingen die ik zelf ook leuk vind. Buiten zijn, het bos in, sporten. Ik wil een huiselijke sfeer creëren, zoals ik ook met familie en vrienden doe. Ik heb nog nooit op de klok gekeken om te zien of mijn dienst er al op zit. Ik kom daar altijd pas achter als een collega binnenkomt. Ik werk eerder te veel dan te weinig.’

Waardering

En al helemaal sinds hij voor Zeno werkt. ‘In loondienst miste ik soms waardering. Sinds ik als zelfstandig zorgprofessional voor Zeno werk, voel ik die waardering wél. Er werken enorm veel zzp’ers voor Zeno, maar toen ik onlangs trouwde, vond ik toch een kaart van Zeno in de bus. Dat zegt  iets en dat betekent ook heel veel voor mij. Bij Zeno ben je geen nummer. Daarbovenop komt dan nog de kwaliteit van zorg waar Zeno voor staat.’