Zinmakers: je hebt balgevoel of niet, en Roy heeft ‘t

26 oktober 2022

Roy Scheffer

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie: zelfstandig zorgprofessional Roy Scheffer (38).  

Roy Scheffer draait er niet omheen. Hij werkt met alle liefde al vijftien jaar in de zorg. Maar de laatste jaren merkte hij steeds meer de kwaliteit van zorg leed onder het gebrek aan vaste teams en de toename van zij-instromers. Daar werd ook hij op aangekeken. En dus dacht hij: dan maar voor mezelf beginnen. Dan heb je alleen verantwoordelijkheid over jezelf. Natuurlijk kent hij de vooroordelen over de zzp’ers die financiële motieven boven liefde voor de zorg stellen. Het financiële aspect speelde voor hem ook mee. Maar noem hem asjeblieft geen cowboy, want dat is hij niet. Natuurlijk hoort hij de vaste begeleiders bij zorgorganisaties wel praten over zzp’ers. ‘Hoewel je zelfstandig bent, word je altijd geassocieerd met het bemiddelingsbureau waarvoor je werkt. Je wordt in een hokje geplaatst,’ zegt Roy. ‘Zeno is een fijn hokje om in te zitten.’

Keuze voor kwaliteit

Waar ‘m dat in zit? Roy heeft wel een idee: ‘Zeno is kritisch in welke zzp’ers ze aannemen. De visie van Zeno wordt ook door alle aangesloten professionals uitgedragen op de werkvloer. Bij mijn huidige opdracht bij Zuidwester in Middelharnis merk ik dat de vaste begeleiders weten dat Zeno voor een bepaalde kwaliteit staat. Zeno staat bovengemiddeld hoog aangeschreven. Dat was voor mij ook zeker een reden om voor Zeno te kiezen. Ik had in loondienst bij mijn eerdere werkgever al met een aantal mensen van Zeno gewerkt. Na een gesprek met directeur Lucas van Wingerden was ik overtuigd. Ik merkte meteen dat Zeno veel meer doet dan alleen mensen leveren. Ze zijn zorginhoudelijk erg sterk, doordat ze zelf ook in de intensieve zorg hebben gewerkt. Daardoor weten ze de juiste mensen op de juiste plekken te plaatsen. Daar gaat het vaak fout in de zorg.’

Van de bouwplaats naar de zorg

Roy werkt al 15 jaar in de zorg. Niemand hoeft te twijfelen aan zijn liefde en passie voor dit vak. Gek genoeg werd de eerste aanzet daartoe gegeven op een open bouwplaats bij een temperatuur van min 11 graden. Hier moet ik helemaal niet zijn, dacht Roy bij zichzelf. Hij had dan wel vbo elektrotechniek en mbo installatietechniek gedaan, maar werd totaal niet blij van dat technische werk. Uit een beroepskeuzetest bleek dat de zorg bij hem zou passen. Hij besloot een hbo-opleiding social work te volgen. ‘Het voelde een beetje als een gok, maar het is meer dan goed uitgepakt.´

Balgevoel

Weet je wat het is, zegt Roy, het is een beetje als met voetbal. Je kunt het leren, maar je hebt een bepaald balgevoel of niet. En als je dat balgevoel niet hebt, dan zul je nooit een écht goede voetballer worden. ‘Zo is het in de zorg ook,’ zegt hij. ‘Je kunt trucjes en methodieken aanleren, maar het moet voor een belangrijk deel in je zitten. Ik ben in de kern een zorgzaam persoon. Ik trek me het lot van anderen aan en haal er voldoening uit om andere mensen te helpen. In die zin had ik kunnen weten dat de zorg goed bij me zou passen. Ik moest er alleen even twee technische opleidingen voor doen, om daar achter te komen.’

Doen wat je zegt

Als je diep in Roys hart kijkt, ligt zijn ware liefde bij de jeugdzorg. Hij werkte in open en gesloten instellingen en maakte de ergste dingen mee, tot zelfmoord aan toe. Maar hij kan ook absoluut genieten van zijn huidige opdracht, waarbij met ouder wordende cliënten met een licht verstandelijke beperking werkt. Al geniet hij dan wel het meest van zijn 1-op-1-casus, met een cliënt die net verhuisd is vanuit een gesloten psychiatrische kliniek naar een woongroep. ‘Samen met andere Zeno-collega’s zorgen we dat hij mee kan gaan draaien in het groepsproces. Ook verzorgen we de dagbesteding. Dat gaat supergoed. Het is een kwestie van structuur bieden en betrouwbaar zijn. Zeggen wat je doet en doen wat je zegt.’

Kussengevecht en een gesneuvelde lamp

Na de dagbesteding laat Roy de cliënt alle vragen stellen die hij in zijn hoofd heeft. Daarna komt hij helemaal tot rust. ‘Zou ik zeggen: wacht tot na het eten, dan wordt hij helemaal onrustig. We weten wat we aan elkaar hebben.’ Waar Roy echt van geniet? ‘Als hij lol heeft. We hadden pas een kussengevecht, waarbij een lamp sneuvelde. Daar kan hij dagen later nog steeds keihard om lachen. Schitterend!’ En de lamp? Roy slaagde er niet in om hem te maken, ondanks zijn elektrotechnische achtergrond. ‘Zie je,’ zegt hij met een knipoog, ‘heb ik toch het goede vak gekozen.’