Zinmakers: kansloze gevallen bestaan niet voor Martijn

23 februari 2022

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie: Martijn Luijbregts (26), zorgprofessional in dienst bij Zeno.  

zinmakers-martijn

Wat andere mensen ergens van vinden? Dat maakt Martijn Luijbregts niks uit. Dus gaat hij vrolijk de straat op met de cliënt van wie hij persoonlijk begeleider is. Ook als die keihard zit te huilen in zijn rolstoel. Huilen zonder tranen, want die kan hij vanwege medicatie niet meer aanmaken. Natuurlijk kijken mensen dan wel eens raar op. Maar het gaat Martijn om die man. Die geniet van het dagelijkse uitstapje in de buitenlucht. Martijn is even stil nadat hij de anekdote heeft verteld. Dan zegt hij: ‘Weet je waar het allemaal om draait? Dat iemand zichzelf kan zijn. Dat wil toch iedereen? Cliënten zijn ook mensen. Ze hebben gevoel, al kunnen ze dat niet altijd uiten. Dat wordt wel eens vergeten.’

Verslaafd

Het gevoel mensen te willen helpen. Martijn heeft het altijd gehad. Eerst deed hij dat als personal trainer in een sportschool. Toen hij langs het tv-programma “Verslaafd!” zapte, wist hij wat hij écht wilde. ‘Ik zag een hulpverlener boksen met iemand met een verslaving,’ vertelt Martijn. ‘Dat vond ik zó gaaf om te zien. Zoiets wilde ik ook.’ Niet veel later begon de Tilburger aan een studie medewerker maatschappelijke zorg (MMZ).

Kansloos geval

Inmiddels is hij ruim tweeënhalf jaar in dienst bij Zeno. Meer dan de helft van die tijd is hij persoonlijk begeleider van de 63-jarige man zonder tranen. Kansloos geval, kreeg hij te horen. De man praatte niet, kwam zijn bed niet uit en werd omschreven als ‘psychotisch’. Een officieel ‘etiket’ had ie niet. ‘Die man was eigenlijk opgegeven. Hij was totaal niet zelfredzaam, sloeg af en toe. In de zorginstelling wisten ze niet wat ze met hem aan moesten.’

Onderdeel van de maatschappij

Dan moet je net bij Martijn zijn. Die neemt daar geen genoegen mee. Hij beet zich vast in de casus. Samen met andere collega’s kreeg hij de man uit bed. Nu loopt hij weer zelfstandig, communiceert redelijk en komt dagelijks buiten. Of zoals Martijn zegt: ‘Hij is weer onderdeel van de maatschappij.’ Hoe ze dat voor elkaar kregen? ‘Dat heeft te maken met de Zeno-methode, gebaseerd op Triple C. Daarbij nemen we niet het gedrag als uitgangspunt, maar de menselijke behoeften. Het draait om vertrouwen, ontwikkeling en zelfstandigheid. Maar het gaat ook om wat in je hart zit. In hoeverre je meegaat in iemands gedrag. En in hoeverre je genoegen neemt met een typering als “kansloos geval”. Bij Zeno doen we dat niet. Wij geloven dat we iedereen vooruit kunnen helpen.’

Verplaatsen in de ander

Nu is er zelfs een etiket voor de cliënt. Waardoor zijn medicatie beter aansluit bij zijn aandoening en verzorgenden beter weten hoe ze met hem moeten omgaan. ‘Het gaat ook om levellen, je verplaatsen in de cliënt,’ zegt Martijn. ‘Toevallig heb ik net als hij een ochtendhumeur. Als je om half acht ontbijt en iemand heeft moeite met opstaan, wek hem dan alvast om kwart over zeven en niet om vijf voor half acht. Dat soort kleine dingen, daar wordt – onbewust – niet altijd bij stilgestaan.’

Het alledaagse als hoogtepunt

Het zijn de kleine dingen die het doen, dus. Ook wat betreft geluksmomentjes. ‘Een lach. Maar ook even een broodje eten op de markt of naar een winkel. Voor ons alledaagse dingen, voor cliënten hoogtepunten van de week. Als je hem dan ziet stralen, dan besef ik: wat ik doe, heeft zin.’