Zinmakers: Laurenz is nooit bang, zelfs niet op de forensisch psychiatrische afdeling

18 oktober 2022

Laurenz Geerlings

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal is het de beurt aan zelfstandig zorgprofessional Laurenz Geerlings (29).

Een heel bewuste keuze was het niet. Maar toen bij de sollicitatie bleek dat Laurenz zou komen te werken op een forensisch psychiatrische afdeling (FPA), dacht hij: ach, waarom ook niet? Heftiger dan werken met mannen en vrouwen met een strafrechtelijke titel of een delict gevaarlijke patiënten zonder strafrechtelijke titel, kon het bijna niet worden. Van de vier landelijke beveiligingsniveaus zat de instelling waar hij werkte op niveau 3. Mooie bagage om alvast in zijn rugzak te hebben voor de rest van zijn carrière.

Iedereen verdient een tweede kans

En heftig was het. Hij maakte knokpartijen mee, zelfs een steekpartij, en moest vrijwel dagelijks de-escalerend optreden. ‘Maar ik had het niet willen missen,’ zegt Laurenz. ‘Ik vond het een zeer interessante doelgroep. Mijn ouders stonden eerlijk gezegd niet te springen toen ik bij die ggz-instelling ging werken. De cliënten zijn in de regel vrij gevaarlijk en agressief. Ik houd juist van dat soort uitdagingen. Het doel was om hen te laten terugkeren in de maatschappij. Ik kreeg er energie van om met dat soort mensen te werken. In algemene zin kun je wel zeggen dat ik opsta als anderen wegkijken. En wegkijken is wat de maatschappij vaak doet bij delinquenten; soms begrijpelijk, maar ik vind dat iedereen een tweede kans verdient.’

Volledig zelfstandig

Toch trekt Laurenz eind oktober voor het laatst de deur van de FPA achter zich dicht. Vanaf dat moment is hij volledig zelfstandig zorgprofessional. Mede dankzij Zeno. ‘Ik heb de laatste jaren het bestaan als zzp’er gecombineerd met een vaste baan. Maar ik vind de opdrachten die ik via Zeno krijg zo leuk dat ik heb besloten om volledig zelfstandig te worden. De diversiteit aan opdrachten, maar ook de vrijheid spreken me aan. En ik voel gewoon dat Zeno bij mij past; qua visie op de zorg. We kijken vooral naar wat wél kan. En we doen altijd een stap vooruit.’

Uitdagende cases

Ook in alle opdrachten die Laurenz voor Zeno doet, staat de uitdaging centraal. ‘Ik werk voor Zeno vooral met volwassenen met een licht verstandelijke beperking. In al mijn cases komt probleemgedrag naar voren. Van agressie en baldadigheid tot intimidatie en grensoverschrijdend gedrag. Door 1-op-1-begeleiding probeer ik cliënten weer tot gewenst gedrag te bewegen. Dat heeft vaak met dezelfde dingen te maken: structuur, nabijheid en náást de cliënt staan in plaats van erboven. Om mij heen zie ik regelmatig gebeuren dat medewerkers handelen vanuit angst en geven te veel toe aan een cliënt. Dat is geen gezonde situatie. Als je bang bent, kun je nooit goed handelen.’

Nooit angst hebben

Laurenz kent geen angst. Niet in zijn werk voor Zeno, maar ook niet in de FPA. ‘Ik wist altijd hoe ik moest handelen. En in de ggz-instelling had ik een heel veilig gevoel en wist ik dat collega’s altijd voor me klaar zouden staan.’ Waar hij wel op terugvalt in zijn aanpak? Een combinatie van dingen, zegt Laurenz. ‘Een deel is ervaring; ik doe dingen nu anders dan vijf jaar geleden. Een deel is opleiding en methodieken die ik heb aangeleerd. En een deel is karakter. Ik geef van nature graag liefde en nabijheid aan mensen. Dat ik iets in de zorg wilde gaan doen, wist ik dan ook al snel.’

Van lusteloos naar moe en voldaan

Zijn vriendin werkt ook in de zorg. Ze hebben de afspraak thuis niet te veel over werk te praten. Maar soms kan Laurenz zich niet beheersen. ‘Als je successen behaalt, wil je die toch delen. Zoals die man die al een half jaar niet naar de dagbesteding ging, omdat hij zich daar niet voor kon motiveren. Twee weken na de start van onze begeleiding ging hij weer. Hij geniet, is daar helemaal de man en van zijn vaste begeleiders op de groep horen we dat hij ’s avonds moe en voldaan naar bed gaat. Terwijl die man voorheen lusteloos was en de hele dag niks deed. Ja, dat soort successen moet ik dan toch even delen thuis. Want dát is precies waarvoor ik dit werk ben gaan doen.’