Zinmakers: Mike sloot zijn taxideuren voor cliënten, maar opende daarna zijn hart

25 januari 2023

Mike

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie: zelfstandig zorgprofessional Mike (55).

Twaalf ambachten, dertien ongelukken. Dat was – gechargeerd gezegd – een tijdlang het leven van Mike. Hij werd opgeleid als automonteur, maar legde ook vloeren en zat een tijdje op een taxi. Op een dag zei een vriend, die in de gehandicaptenzorg werkte: waarom kom je niet eens een dagje meelopen? ‘Ik wist amper hoe je zorg schreef,’ zegt Mike nu, met een grote grijns. ‘Maar ik dacht: waarom niet? Er ging een wereld voor me open. Als ik met de taxi bij die zorgorganisatie moest zijn, checkte ik of m’n deuren op slot waren. Ik dacht: wat zijn dat voor rare mensen? Maar het bleken heel mooie, bijzondere mensen te zijn.’

Geen werk, maar roeping

En zo kwam het dat de man die niet eens wist hoe je ‘zorg’ schreef, begin deze eeuw de gehandicaptenzorg in ging. Waar hij zijn taxideuren eerst nog sloot, stelde hij nu zijn hele hart open voor de cliënten. Sindsdien voelt het niet meer alsof hij aan het werk is. Het is een roeping, zegt Mike. ‘Iets betekenen voor een ander en dat met heel je hart doen, met zoveel vrijheid, dat is zoveel meer waard dan geld.’

Reuma van het schrijven

Mike zag de gehandicaptenzorg veranderen in ruim twintig jaar. Zo ziet hij dat het steeds meer om geld draait en minder om de kwaliteit van zorg. Dat er te veel gefocust wordt op dingen die fout gaan. ‘Als er een incident is geweest, krijg ik bijna reuma van het schrijven, zoveel moet je vermelden. Bij een rustige dienst schrijft iedereen op: geen bijzonderheden. Dat vind ik vreemd. Schrijf op wat er mooi was. Op welke goede dingen we kunnen voortborduren als begeleidingsteam. Dat is net zo belangrijk. Elk stapje vooruit is bijzonder. Daar staan we onvoldoende bij stil.’

Cliënt weg of team weg?

Wat ook veranderde: cliënten met verschillende beperkingen zitten nu vaak door elkaar. Dat maakt het leuk, maar ook uitdagend. ‘Medewerkers lopen hier tegenaan,’ constateert Mike. ‘Omdat ze niet hebben geleerd voor het omgaan met een bepaalde beperking. Dan krijg je al snel zo’n reactie van: die cliënt past hier niet. Ik vind het jammer dat meestal de cliënt weg moet en niet het team, terwijl het team juist de kennis mist. Het zal wel net zo zijn als in het voetbal: daar is het ook makkelijker om één trainer te ontslaan dan elf spelers.’

Laat mensen ervaren

Mike laat zich er niet door afleiden. Hij doet zijn eigen ding. Zijn stokpaardje? Je moet mensen dingen laten ervaren. Wie het ook is. Hij deed het met jongeren die niet meer thuis konden wonen. Tijdens empowermentprojecten liet hij hen in de bergen van Nepal letterlijk stappen zetten. ‘Ze ervaarden hoe ze hindernissen konden overwinnen. Die jongeren zijn mij en de andere collega’s nog steeds dankbaar. Maar wij hebben hen alleen dingen aangereikt. Zij hebben er zelf iets mee gedaan.’

Te veel angst

Ook cliënten moet je volgens Mike laten ervaren wat ze wél kunnen. ‘Lukt het niet? Prima, dan proberen we het morgen weer. Maar we blijven het proberen.’ Hetzelfde geldt voor medewerkers. ‘In de zorg is veel sprake van angst. Soms zitten er twee of drie begeleiders op één cliënt. Nou, dat is meer dan in de tbs-kliniek, waar ik ook heb gewerkt. De cliënten zijn geen delinquenten. Ze kunnen zich alleen wat moeilijk uiten. Dan moet je duidelijk zijn en betrouwbaar. Als iemand geen suiker mag, dan mag ie geen suiker. Totdat dit besproken is in een werkzorgoverleg waarbij ook een orthopedagoog aanwezig is. Als ik vroeger op een VIC Workhome zei: ‘Ik kom zo’, dan hingen ze gelijk in mijn shirt. Dat was te onduidelijk. Je moet dingen concreet benoemen. Zoals: ‘Ik kom als mijn koffie op is.’ Of: ‘Ik kom als de wijzer bij de zes staat.’ Dat is duidelijk. Als je medewerkers laat ervaren hoe je dat aanpakt, kunnen ze daar hun voordeel mee doen.’

Nog één ambitie

Maar, zo zegt Mike, medewerkers moeten elkaar ook niet te veel kopiëren. Anders prikken cliënten daar doorheen. ‘We vergeten wel eens dat wij niet alleen hén observeren, zij observeren óns ook de hele dag. Ze zien precies hoe je in je vel zit.’ De liefde van Mike voor het vak en de cliënten is groot. Hij zou het nog jaren willen doen, maar hij weet op zijn 55ste ook dat de jaren gaan tellen. Bovendien heeft hij nog één ambitie: werken met mensen in de beginnende fase van dementie. Met pijn in zijn hart zal hij ooit de gehandicaptenzorg vaarwel zeggen. Maar hij weet nu al: ook wanneer hij met mensen met dementie werkt, zal het niet als werken voelen. Want zorgen voor een ander, dát is zijn roeping.