Zinmakers: teammanager Tom staat op, voor cliënten én voor het zorgsysteem

06 juli 2022

Zinmaker Tom van Daelen

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie: Tom van Daelen (34), zorgprofessional in dienst bij Zeno. 

Maandag. ‘Poeh, daar gaan we weer…’ Woensdag. ‘Lekker de week doormidden zagen.’ Vrijdag. ‘Nou, bijna weekend, jongens!’ Nee, het 9-tot-5-bestaan bij een verzekeringskantoor was niet aan Tilburger Tom besteed. Van de ene op de andere dag nam hij ontslag. Maar wat dan, hè? Via via kwam hij in de zorg terecht. Dit ga ik gewoon heel even doen, dacht hij. Brownies & downies, Down met Johnny – dat idee. Wordt vast lachen. Kijk ik daarna weer verder.

Geweren en Kabouter Plop

Dat liep anders. Op zijn eerste dag kwam Tom terecht op een intensieve zorggroep. Een man vol tattoos. Laugh now, cry later. Geweren. ‘”Ik maak je dood”, zei hij. ‘s Avonds moest ik hem op bed leggen met muziek van Kabouter Plop,’ vertelt Tom. ‘Toen een cliënt geen ketchup mocht op haar vlees, sneed ze bijna haar polsen door. Dat was mijn eerste dag. Ik dacht: wat een rare wereld, wat is dít? Maar tegelijkertijd dacht ik: wat is dit vét! Eigenlijk wist ik meteen: dit is het voor mij.’

Hoe intensiever, hoe interessanter

Al snel merkte Tom: hoe intensiever de ondersteuningsvraag, hoe interessanter hij het vond. ‘Ik voelde dat ik op dat soort momenten écht het verschil kon maken. Ik wilde dat, maar ik merkte ook dat ik het kón. Ik hou van die spanning, misschien omdat ik vroeger soms zelf een vervelend mannetje was. De Zeno-professionals zijn stuk voor stuk mensen die geen stap naar achteren zetten als het moeilijk wordt, maar juist een stap naar voren. Zo ben ik ook. Als anderen het niet meer aan kunnen, dan spring ik maar al te graag in dat gat.’

Op de rit

Niet gek dus dat Tom zich van assistent-begeleider tot teamleider/-manager ontwikkelde. In die functie werkt hij nu bij Zeno. ‘We worden door zorgorganisaties ingehuurd om de boel weer op de rit te krijgen. Laatst begonnen we ergens met vier man van Zeno. We brachten structuur aan in het leven van cliënten, door ons te focussen op het dagprogramma en onvoorwaardelijke ondersteuning te bieden. Het is heel prettig om met mensen te werken die dezelfde visie hebben. Zo kun je snel stabiliteit creëren en van daaruit stappen vooruit zetten. Uiteindelijk is het ons doel om het aantal Zeno-professionals af te bouwen, zodat de instelling het weer zelf kan oppakken. Soms ben ik zelfs verantwoordelijk voor het aannemen van nieuwe mensen bij de zorgorganisatie.’

Boodschappen gedaan? Aangenomen!

Daar zijn wat Tom betreft niet altijd lange sollicitatiegesprekken voor nodig. ‘Soms zeg ik: “Dit is cliënt A, dit is het boodschappenlijstje en hier om de hoek is de supermarkt. Als jij straks terugkomt met de boodschappen én met de cliënt, dan ben je aangenomen. Althans, als jij me goed kunt uitleggen wat jij hebt gedaan om dit goed te laten verlopen.” Zo ben ik zelf ook begonnen, leren door te doen. In de intensieve zorg heb je vaak gewoon mensen nodig die hun mannetje staan. Maar natuurlijk wel vanuit een bepaalde basis.’

Angstreflex

Voor Tom is die basis Triple C, de behandelmethodiek waarop de visie van Zeno is gebaseerd. ‘De basisprincipes zijn vrij simpel, maar in de praktijk merk ik dat het niet zo makkelijk is. Zeker nu ik bij meerdere organisaties in de keuken heb gekeken. Op de ene plek wordt de invulling van de zorg bepaald door een orthopedagoog, ergens anders bepaalt een manager zonder praktijkervaring hoeveel mensen er op een groep staan. Ik merk het ook aan hoe het personeel soms geconditioneerd is. Gooit iemand met een glas? Dan word het glas verruild voor een plastic beker. Een ruit wordt vervangen door plexiglas. Een kapotte tafel wordt niet vernieuwd, want die nieuwe tafel gaat ook weer kapot. Die angstreflex, daar ben ik dus helemáál niet van.’

Het systeem veranderen

Die traditionele kijk op zorg is voor Tom een drijfveer om de zorg nog verder te verbeteren. ‘Vooropgesteld: de cliënten hebben me enthousiast gemaakt voor het werken in de zorg. Zonder twijfel. De liefde voor hen zal ik nooit verliezen, want het zijn stuk voor stuk prachtige mensen. Maar voor mij zit de zin van het zorgen inmiddels meer in het begeleiden van personeel en het veranderen van processen. Mijn praktijkervaring als begeleider helpt daarbij. Uiteindelijk hoop ik nog hoger in de boom te komen, om zo het systeem nog meer te kunnen veranderen. Zodat we uiteindelijk iedereen een menswaardig leven kunnen bieden. Ook op dat vlak zal ik eerder een stap vooruit zetten dan een stap terug.’