Zinvol nieuws

interviews, publicaties en nieuws over Zeno’s projecten

Direct hulp nodig? Bel: +31 184 63 67 12

Zinmakers: De zorg haalde Regilio uit het zwarte gat na zijn profvoetbalcarrière

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal: zelfstandig zorgprofessional Regilio Jacobs (35). Noem het egoïstisch, noem het gefocust. Of beide. Hoe dan ook; Regilio Jacobs was lange tijd alleen maar bezig om het maximale te halen uit zijn carrière als profvoetballer. Vanaf zijn achtste speelde hij in […]

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal: zelfstandig zorgprofessional Regilio Jacobs (35).

Zorgprofessional Regilio Jacobs

Noem het egoïstisch, noem het gefocust. Of beide. Hoe dan ook; Regilio Jacobs was lange tijd alleen maar bezig om het maximale te halen uit zijn carrière als profvoetballer. Vanaf zijn achtste speelde hij in de jeugdopleiding van TOP OSS, dat uitkomt in de Eerste Divisie. De verdediger haalde het eerste en kwam in vier seizoenen tot 86 wedstrijden. Maar toen raakte hij geblesseerd. En werd zijn contract niet verlengd. Weg was zijn droom als profvoetballer. Hij viel in een zwart gat. Werkte twee jaar in een magazijn. Maar ja, dat was hét natuurlijk niet.

Voetballen met gehandicapten

En toen kwam die vraag van zijn schoonmoeder, die in de gehandicaptenzorg werkte. ‘Is dat ook niet iets voor jou?’ De gedachten van Regilio gingen terug naar die keren dat ze bij TOP Oss gehandicapte voetballertjes verwelkomden op de training. En naar de landelijke G-voetbaldag in Barendrecht, waar hij als begeleider aanwezig was. Waar veel van zijn collega’s niet wisten hoe ze met de kinderen moesten omgaan, daar bloeide Regilio juist op. En dus dacht hij: ja, mijn schoonmoeder heeft gelijk. Ik ga gewoon de zorg in.

Uitweg uit het zwarte gat

Het bleek de uitweg uit het zwarte gat. Ondanks, of misschien juist dankzij, het feit dat Regilio niet de makkelijkste weg koos. Hij ging werken met jongeren met een licht verstandelijke beperking en hechtingsproblematiek. Straatjongetjes uit Breda, die zich graag wilden meten aan de dealertjes op de hoek van de straat. Het soort jongeren dat door vrijwel iedereen wordt afgestoten. Maar Regilio vond het interessant. ‘Ik wilde de uitdaging wel aangaan. Je moet cliënten minimaal een jaar geven, hoorde ik altijd. Maar binnen een half jaar zaten ze bij me op schoot.’

Blijven hangen

Nog steeds heeft hij contact met cliënten van elke woongroep waar hij werkte. ‘Ze sturen mij een appje als ze iets hebben bereikt,’ vertelt Regilio. ‘Een diploma, een baan. Pas geleden is er zelfs iemand vader geworden. Eens in de zoveel tijd ga ik bij die cliënten langs. Ik vind het mooi om die contacten te onderhouden. Die jongens zien honderden mensen voorbijkomen in hun leven. Daarvan blijven er maar weinig hangen. Als jij dan wel blijft hangen, heb je iets goed gedaan.’

Hele gesprekken in gebarentaal

Regilio is sinds drieënhalf jaar zelfstandig zorgprofessional, vrijwel uitsluitend voor Zeno. Dat hij van een uitdaging houdt, blijkt uit zijn huidige opdracht. Bij Kentalis werkt hij op een woongroep met dove cliënten, onder meer als persoonlijk begeleider van een jongen die als onhandelbaar werd bestempeld. ‘Wij hebben de bestaande, systematische werkwijze losgelaten en zijn meer gaan kijken wat híj nodig had. Alles met communicatie. Daarom heb ik speciaal voor die cliënt gebarentaal geleerd. We voeren hele gesprekken in gebarentaal. Dat had ik twee jaar geleden nooit gedacht.’

Gezonde geest in gezond lichaam

Regilio oogt scherp en klinkt fris. Vitaal. Energiek. Het heeft alles te maken met zijn levensstijl. Hij is veel bezig met voeding en fitness. ‘Dat helpt om me goed in mijn vel te laten zitten,’ zegt hij. ‘In mijn werk heb ik niet de makkelijkste cliënten. Daarvoor moet je fysiek in goede conditie zijn, maar ook mentaal. Door te sporten en met voeding bezig te zijn, kan ik meer verdragen en heb ik meer geduld. Daardoor kan ik beter mijn werk doen.’

Backstage met de dj’s

Tot twee jaar geleden runde Regilio ook nog een evenementenbureau. Hij organiseerde onder meer verschillende dancefestivals. ‘Eigenlijk heb ik twee kanten zegt hij: het feestbeest Regilio en de zorgzame Regilio.’ Soms waren dat gescheiden werelden, maar soms smolten die twee werelden prachtig samen. ‘Samen met mijn compagnon, die teamleider was in de zorg, nam ik regelmatig cliënten mee naar dancefestivals. Ze hielpen met opbouwen en gingen backstage op de foto met de artiesten als DJ Biggy, Boef en Gio. Die cliënten hadden een werelddag, daar praten ze nog steeds over. Ik vind dat zij zoveel mogelijk moeten zien van de “echte” wereld. Niet denken: dan raken ze overprikkeld. Nee, kijk juist naar de kansen die de connectie met de maatschappij kan bieden!’

Zeno-mensen pik je er zo uit

Kansen ziet Regilio overal. Ondernemend als hij is, heeft hij al weer nieuwe plannen. ‘Ik wil graag een eigen woongroep opzetten. Kleinschalig, volgens mijn eigen visie. Misschien wel met andere zzp’ers of in samenwerking met Zeno. Tijdens opdrachten haal ik de mensen van Zeno er zo uit. Ze doen, praten en denken precies hetzelfde als ik. Met díe mensen wil ik samenwerken.’

lees verder

Zinmakers: Marius is rustig en gedisciplineerd, en dat nemen zijn cliënten over

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie komt zelfstandig zorgprofessional Marius (36) aan het woord. Ja, de dagen zijn lang. En soms intensief. Van acht uur ’s ochtends tot kwart over zes ’s avonds begeleidt Marius via Zeno aan Huis een 24-jarige autistische jongen met […]

Zorgprofessional Marius

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie komt zelfstandig zorgprofessional Marius (36) aan het woord.

Ja, de dagen zijn lang. En soms intensief. Van acht uur ’s ochtends tot kwart over zes ’s avonds begeleidt Marius via Zeno aan Huis een 24-jarige autistische jongen met hechtingsproblematiek (ontwikkelingsniveau: 18 maanden) in zijn thuissituatie. Maar eigenlijk altijd rijdt hij met een goed gevoel weer naar huis. Hij ziet de stappen die gemaakt worden. Steeds vaker gaan ze naar buiten om iets leuks te doen. De wandelingetjes duren steeds iets langer. Waar ze anderhalf jaar geleden één keer per dag aan tafel zaten om een activiteit te doen, is dat nu misschien wel twaalf keer per dag.

Alleen thuis met cliënt

Natuurlijk was het spannend, zegt Marius. Bij Ipse de Bruggen had hij als persoonlijk begeleider te maken gehad met heftige cases. Maar wel altijd op een groep. Nu begeleidde hij voor het eerst een cliënt thuis, terwijl de ouders op hun werk waren. ‘Als er dan iets gebeurt, moet je het echt zelf oplossen. En die jongen is 1 meter 90 en vrij sterk…’ zegt Marius. Gelukkig komt angst niet in zijn woordenboek voor. ‘Als je angst uitstraalt, merkt een cliënt dat. Dan krijg je een lastige dag.’

Niet gaan zitten bellen op de bank

Maar cliënten merken meer dan alleen angst. Marius: ‘Als ik eens een keertje wat slechter heb geslapen, ben ik soms wat onrustiger en wat minder geconcentreerd. Dat merk ik dan direct aan de cliënt. Dan verloopt zo’n dag veel minder ontspannen.’ Andersom werkt het precies hetzelfde. ‘Van nature heb ik een vrij rustige uitstraling. Ik toon discipline naar de cliënt toe en ben echt met hem bezig. Stel dat ik op momenten dat hij iets voor zichzelf doet, ga zitten bellen op de bank, dan wordt hij daar onrustig van. Dan voelt hij zich onbegrepen, dan mist hij mijn aandacht. Dat doe ik dan ook niet. Sowieso doe ik dat soort dingen nooit tijdens het werk.’

Waardering van cliënt en ouders

Marius begeleidt deze jongen samen met vier andere collega’s van Zeno. Allemaal werken ze een doordeweekse dag, in het weekend wisselen ze diensten af. ‘Hierin komt voor mij alles samen wat de zorg zo mooi maakt. Ik kan mezelf hier helemaal in laten zien. Je bouwt een band op met een cliënt en je merkt dat hij rustig wordt van jouw aanwezigheid. Daarnaast hebben we als team heel nauw contact met de ouders, die er bewust voor kiezen om hun kind thuis te houden en niet in een instelling te plaatsen. Die band is inmiddels zo hecht, dat ik soms een uur in de auto zit als ze buiten mijn dienst om mijn hulp nodig hebben. Samen komen we steeds verder. Als er eens een dagje geen begeleiding is omdat iemand ziek is, kunnen hij en zijn ouders zich steeds beter zelf redden. Daarvoor krijgen wij als begeleiders heel veel waardering. Dat maakt ons werk mooi en waardevol.’

Geen snelle lastminute dienstjes

Marius is blij met zijn stap naar zelfstandig zorgprofessional. ‘Ik merkte dat ik een beetje begon vast te roesten. Toen kwam ik een andere zzp’er tegen, die over Zeno vertelde. Hij was erg positief. Na een gesprek met directeur Lucas van Wingerden was ik om. Je merkt in alles dat de leiding van Zeno praktijkervaring heeft. Daardoor weten ze precies wat voor soort opdrachten bij iemand passen. Heel anders dan bij een ander bemiddelingsbureau waar ik me had ingeschreven. Daar kwam je terecht in een pool en moest je – vaak lastminute – op dienstjes reageren. Dat is niet mijn ding.’

De zin van het zorgen

Liever werkt Marius langer aan cases. Naast de case voor Zeno aan Huis werkt hij via Zeno al langere tijd bij een christelijke instelling. Daarnaast deed hij door heel Nederland opdrachten met diverse doelgroepen. Van ouderen tot jongeren en van mensen met een lichte tot ernstige verstandelijke beperking. ‘Ik geniet van die afwisseling en heb geen voorkeur voor een bepaalde doelgroep,’ zegt Marius. ‘Ik weet wel dat ik de meeste voldoening haal uit 1-op-1-begeleiding. Dan kun je echt met je volledige aandacht aan iemands toekomst werken. Ja, daar moet je soms geduld voor hebben. Maar als je dan uiteindelijk ergens doorheen breekt, dan komt de cliënt er vrijwel altijd sterker uit. Zelf leer je van die cases meer dan wanneer je telkens op andere plekken diensten draait. In die ontwikkeling, zowel voor de cliënt als mezelf, zit voor mij een belangrijk deel van de zin van het zorgen.’

lees verder

Zinmakers: Jaouad biedt de informele zorg die hij zelf zo miste

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal: zelfstandig zorgprofessional Jaouad Bounou (32).   Jaouad Bounou was een jaar of achttien, negentien toen zijn wereld ineens op zijn kop stond. Hij kwam tot het inzicht – ‘Vrij laat,’ zegt hij met een knipoog, ‘maar zelfreflectie is lastig op […]

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal: zelfstandig zorgprofessional Jaouad Bounou (32).  

Jaouad Bounou was een jaar of achttien, negentien toen zijn wereld ineens op zijn kop stond. Hij kwam tot het inzicht – ‘Vrij laat,’ zegt hij met een knipoog, ‘maar zelfreflectie is lastig op die leeftijd’ – dat een carrière als profvoetballer er niet in zat. En dat hij dus echt serieus moest gaan nadenken over een vervolgopleiding. Maar erger nog: vrijwel tegelijkertijd met dat inzicht bleek hij de ziekte van Crohn te hebben, een chronische ontstekingsziekte van de darm.

Geen klik met hulpverleners

Het had flinke impact op zijn leven. Twee jaar lang kwakkelde de Amsterdammer. Fysiek, maar ook mentaal. Hij zag artsen, hulpverleners en psychologen. ‘Maar weet je wat het is?’, zegt Jaouad, ‘niemand van die hulpverleners raakte me écht. Ik voelde altijd afstand. Pas later besefte ik waar dat precies aan lag. Het contact was te formeel, te veel volgens het boekje. Niemand sloot echt aan bij mijn belevingswereld, bij wat mij als jongere – in de bloei van mijn leven – was overkomen. Dat ik minder energie had om vrienden te zien, te sporten, uit te gaan, en wat dat met mij deed.’

Goed doen vanuit geloof

Toen Jaouad dat inzicht kreeg, was hij al begonnen om zélf hulpverlener te worden. Een patiënt in een van de vele wachtkamers had eens tegen hem gezegd: als ik je zo hoor, dan is hulpverlening misschien iets voor jou. Dat triggerde Jaouad. Vanuit zijn geloof, de islam, wil hij sowieso goed doen voor andere mensen. Dat is zijn hogere doel in het leven. Zijn zingeving. En hoe kun je daar beter invulling ingeven dan via de zorg? En dus deed hij de mbo-opleiding sociaal-cultureel werk, gevolgd door de hbo-opleiding social work. ‘Al tijdens de opleiding werd ik verliefd op het vak. Ik leerde meer over de psyche van de mens, en daarmee ook over mezelf. Ik wist: dit is wat ik wil doen.’

Van tegenslag naar nooit opgeven

Zo zette Jaouad zijn tegenslag om in iets positiefs. Inmiddels werkt hij al jaren als begeleider. Hij ontwikkelde zijn eigen stijl, waarin nooit opgeven de kern is. ‘Ik wil mensen het gevoel geven: je komt er echt. Of het nu linksom is of rechtsom. Zelf heb ik dat ook zo ervaren. Maar het valt of staat wel met intrinsieke motivatie. Je hebt misschien iemand nodig die je dat gevoel kan geven. Maar alsnog moet het uit jezelf komen. Die visie is mijn houvast bij dit werk. Dat geeft ook rust. Soms lukt niet wat je voor ogen hebt. Omdat de cliënt het zelf niet wil of niet kan. Maar daar leg ik me pas bij neer als ik alles geprobeerd heb.’

Letterlijk de drempel over

Momenteel bijt Jaouad zich vast in een opdracht voor Zeno aan Huis. Hij begeleidt een 26-jarige jongen uit de regio Amsterdam. Iemand waarop meerdere hulpverleners geen vat kregen, zo hoorde Jaouad voordat hij begon. Zelfstandig wonend, maar zonder doel of structuur in zijn leven. Na meerdere keren aanbellen en aankloppen deed de jongen de deur voor hem open. Dat was – letterlijk – de eerste drempel die hij over ging. Meer volgden. Soms is het contact vluchtig. Soms gaan ze uren samen op pad. Maar er gebeurt tenminste iets. Die jongen wil ervoor gaan.

Niet praten over zooi, maar over voetbal

Vertrouwen winnen, dát is waar het allemaal om draait volgens Jaouad. ‘Vaak zijn jongeren achterdochtig richting hulpverleners. Niet gek, want ik ben vaak de zoveelste in een lange rij. Bovendien weet ik zelf hoe sommige hulpverleners kunnen zijn. “Waarom liet je mij wel binnen?”, vroeg ik die jongen. “Omdat jij niet meteen begon te zeuren”, zei hij. Tuurlijk, ook ík vond het een enorme rotzooi in zijn huis. Ook ík vond dat het stonk. Maar ik zei er in eerste instantie niks over. Ik ben twintig minuten binnen geweest, we hebben een beetje over voetbal gepraat en zijdelings over zijn situatie. Daarna vroeg ik of we later een keer koffie konden drinken. Zo gaan we stap voor stap verder. Met ups en downs, maar we komen er wel. Wat ik al zei: ik geef nooit op.’

Thanks, ouwe

Zo hoopt Jaouad voor Zeno aan Huis een nieuw succesje te behalen. Een succes waarvan hij er al meerdere behaalde in zijn werk. Bij zijn eerste baan begeleidde hij jongeren met autisme op weg naar zelfstandig wonen. Een jongen met wie eerst geen land te bezeilen viel, woont nu zelfstandig in Amsterdam-Noord. ‘Tof dat ik jongens met mijn informele manier van hulp bieden zoveel zelfvertrouwen kan geven dat het hen lukt om de volgende stap te zetten in de maatschappij. Als ze dan later zeggen, als ik ze weer eens spreek: thanks ouwe, dat je mij toen hebt geholpen. Ja, dat is onbetaalbaar. Dat is voor mij de zin van het zorgen. En de zin van het leven.’

lees verder

Zinmakers: Stefan legt met plezier de puzzel van moeilijk verstaanbaar gedrag

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Dit keer is het de beurt aan zelfstandig zorgprofessional Stefan Segers (32).   Daar zat Stefan dan. Bovenaan de Moonlight-glijbaan in het Tikibad, het zwembad van attractiepark Duinrell. Voor hem in de grote tweepersoonszwemband zat de cliënt. Nog even en dan […]

Stefan Segers

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Dit keer is het de beurt aan zelfstandig zorgprofessional Stefan Segers (32).  

Daar zat Stefan dan. Bovenaan de Moonlight-glijbaan in het Tikibad, het zwembad van attractiepark Duinrell. Voor hem in de grote tweepersoonszwemband zat de cliënt. Nog even en dan zou hun magische reis langs lichtflitsen en vallende sterren beginnen. De spanning was voelbaar. En wat denk je? Al in de eerste bocht verliest de cliënt de controle. Hij valt uit de zwemband, Stefan niet veel later ook. Schaterlachend vervolgen ze hun tocht door de donkere glijbaan. Om uiteindelijk met een enorme snelheid en een grote brul in het water te belanden. Gevolgd door de zwemband. Proestend komen ze weer boven en vallen ze elkaar in de armen. Dit was kicken.

Balanceren

Dat hij zó’n mooi en intiem moment met deze cliënt zou meemaken, had Stefan drie jaar daarvoor niet gedacht. Hij weet nog maar al te goed hoe – zonder overdrijven – acht begeleiders hem moesten fixeren. Al snel zag Stefan dat de cliënt erg kort gehouden werd. Samen met de andere begeleiders bedacht hij een plan. Langzaam zouden ze hem meer loslaten, zijn ding laten doen. Als hij af en toe in de keukenkastjes wil kijken om te zien welke boodschappen er zijn gedaan, als dat hem rust geeft, waarom niet? Het was balanceren op een dun koord. Gaven ze hem te veel vrijheid, dan waren ze hem kwijt. Zaten ze er te kort op, dan dreigde escalatie. Maar het ging goed. Ze hoefden niet meer met drie begeleiders alleen met hem te gaan wandelen, uit angst dat hij zou wegrennen. Nee, hij ging samen met drie andere cliënten en één begeleider naar buiten. Hij kon zelfs mee naar Duinrell. En naar de Efteling.

Mr. Bombastic

Dat spel, die puzzel, het is waar Stefan blij van wordt. Kom maar op met die cliënten met moeilijk verstaanbaar gedrag. Dat heeft hij liever dan cliënten van hoger niveau, die zelf kunnen vertellen wat ze voelen of doormaken. Dat hier zijn hart zou liggen, wist Stefan dertien jaar geleden niet, toen hij op zijn negentiende in de gehandicaptenzorg begon. Sterker nog: hij wist helemaal niks. Behalve dan dat hij niet zijn hele leven barkeeper wilde zijn. Voetbalvrienden wezen hem op de gehandicaptenzorg. Lachen, dacht Stefan: downies! Maar toen hij binnenkwam op zijn eerste dag stond een grote Surinaamse vrouw hem aan te staren, waarna ze keihard Mr. Bombastic van Shaggy begon te zingen. What the fuck, dacht hij. En meteen daarna: dit is vét!

Samen Sneeuwwitje kijken

Al snel wist Stefan dat hij niet terug de horeca in wilde. De cliënten veroverden stuk voor stuk zijn hart. Een groep met ouder wordende cliënten was een perfecte leerschool. Er zaten mensen met epilepsie, een man in de laatste fase van dementie en een vrouw met angststoornissen en hechtingsproblemen. Van laag tot hoog niveau. Hij leerde er werken met tilliften. Maar ook hoe je een simpel gesprekje aanknoopt over het weer. Hij zag er hoe het was om met drie begeleiders op zes cliënten samen Sneeuwwitje te kijken. Maar hij ervaarde ook hoe pittig het is als je met twee begeleiders een groep van veertien cliënten moet managen, ieder met hun eigen routines en structuur. Dan is de zorg ineens keihard werken.

Hypocriet of juist niet?

Met die kennis en ervaring in zijn rugzak besloot Stefan ruim drie jaar geleden om zzp’er te worden. Een beetje hypocriet, vindt ie zelf, want hij is niet zo’n fan van zzp’ers in de zorg. Er zijn er te veel die om de verkeerde reden die stap maken. Aan de andere kant: hij had een nieuwe prikkel nodig na ruim tien jaar in loondienst. Het geeft hem weer extra scherpte, zodat hij elke dag weer zijn A-game op de mat legt. En daar profiteren de cliënten dan weer van. Dan heeft hij als zzp’er juist weer meerwaarde. Via Zeno werkt hij nu bij Reinaerde op een groep met tieners. Al drie jaar, maar dat vindt hij juist mooi. Als beginnend begeleider dacht hij altijd dat het opbouwen van een relatie overschat was. Dat houding en onvoorwaardelijke aandacht veruit het belangrijkst waren. Inmiddels weet hij dat een sterke vertrouwensband net dat verschil kan maken. Voor je het weet ga je gierend van de lach samen van een glijbaan.

lees verder

Zinmakers: je hebt balgevoel of niet, en Roy heeft ‘t

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie: zelfstandig zorgprofessional Roy Scheffer (38).   Roy Scheffer draait er niet omheen. Hij werkt met alle liefde al vijftien jaar in de zorg. Maar de laatste jaren merkte hij steeds meer de kwaliteit van zorg leed onder het […]

Roy Scheffer

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie: zelfstandig zorgprofessional Roy Scheffer (38).  

Roy Scheffer draait er niet omheen. Hij werkt met alle liefde al vijftien jaar in de zorg. Maar de laatste jaren merkte hij steeds meer de kwaliteit van zorg leed onder het gebrek aan vaste teams en de toename van zij-instromers. Daar werd ook hij op aangekeken. En dus dacht hij: dan maar voor mezelf beginnen. Dan heb je alleen verantwoordelijkheid over jezelf. Natuurlijk kent hij de vooroordelen over de zzp’ers die financiële motieven boven liefde voor de zorg stellen. Het financiële aspect speelde voor hem ook mee. Maar noem hem asjeblieft geen cowboy, want dat is hij niet. Natuurlijk hoort hij de vaste begeleiders bij zorgorganisaties wel praten over zzp’ers. ‘Hoewel je zelfstandig bent, word je altijd geassocieerd met het bemiddelingsbureau waarvoor je werkt. Je wordt in een hokje geplaatst,’ zegt Roy. ‘Zeno is een fijn hokje om in te zitten.’

Keuze voor kwaliteit

Waar ‘m dat in zit? Roy heeft wel een idee: ‘Zeno is kritisch in welke zzp’ers ze aannemen. De visie van Zeno wordt ook door alle aangesloten professionals uitgedragen op de werkvloer. Bij mijn huidige opdracht bij Zuidwester in Middelharnis merk ik dat de vaste begeleiders weten dat Zeno voor een bepaalde kwaliteit staat. Zeno staat bovengemiddeld hoog aangeschreven. Dat was voor mij ook zeker een reden om voor Zeno te kiezen. Ik had in loondienst bij mijn eerdere werkgever al met een aantal mensen van Zeno gewerkt. Na een gesprek met directeur Lucas van Wingerden was ik overtuigd. Ik merkte meteen dat Zeno veel meer doet dan alleen mensen leveren. Ze zijn zorginhoudelijk erg sterk, doordat ze zelf ook in de intensieve zorg hebben gewerkt. Daardoor weten ze de juiste mensen op de juiste plekken te plaatsen. Daar gaat het vaak fout in de zorg.’

Van de bouwplaats naar de zorg

Roy werkt al 15 jaar in de zorg. Niemand hoeft te twijfelen aan zijn liefde en passie voor dit vak. Gek genoeg werd de eerste aanzet daartoe gegeven op een open bouwplaats bij een temperatuur van min 11 graden. Hier moet ik helemaal niet zijn, dacht Roy bij zichzelf. Hij had dan wel vbo elektrotechniek en mbo installatietechniek gedaan, maar werd totaal niet blij van dat technische werk. Uit een beroepskeuzetest bleek dat de zorg bij hem zou passen. Hij besloot een hbo-opleiding social work te volgen. ‘Het voelde een beetje als een gok, maar het is meer dan goed uitgepakt.´

Balgevoel

Weet je wat het is, zegt Roy, het is een beetje als met voetbal. Je kunt het leren, maar je hebt een bepaald balgevoel of niet. En als je dat balgevoel niet hebt, dan zul je nooit een écht goede voetballer worden. ‘Zo is het in de zorg ook,’ zegt hij. ‘Je kunt trucjes en methodieken aanleren, maar het moet voor een belangrijk deel in je zitten. Ik ben in de kern een zorgzaam persoon. Ik trek me het lot van anderen aan en haal er voldoening uit om andere mensen te helpen. In die zin had ik kunnen weten dat de zorg goed bij me zou passen. Ik moest er alleen even twee technische opleidingen voor doen, om daar achter te komen.’

Doen wat je zegt

Als je diep in Roys hart kijkt, ligt zijn ware liefde bij de jeugdzorg. Hij werkte in open en gesloten instellingen en maakte de ergste dingen mee, tot zelfmoord aan toe. Maar hij kan ook absoluut genieten van zijn huidige opdracht, waarbij met ouder wordende cliënten met een licht verstandelijke beperking werkt. Al geniet hij dan wel het meest van zijn 1-op-1-casus, met een cliënt die net verhuisd is vanuit een gesloten psychiatrische kliniek naar een woongroep. ‘Samen met andere Zeno-collega’s zorgen we dat hij mee kan gaan draaien in het groepsproces. Ook verzorgen we de dagbesteding. Dat gaat supergoed. Het is een kwestie van structuur bieden en betrouwbaar zijn. Zeggen wat je doet en doen wat je zegt.’

Kussengevecht en een gesneuvelde lamp

Na de dagbesteding laat Roy de cliënt alle vragen stellen die hij in zijn hoofd heeft. Daarna komt hij helemaal tot rust. ‘Zou ik zeggen: wacht tot na het eten, dan wordt hij helemaal onrustig. We weten wat we aan elkaar hebben.’ Waar Roy echt van geniet? ‘Als hij lol heeft. We hadden pas een kussengevecht, waarbij een lamp sneuvelde. Daar kan hij dagen later nog steeds keihard om lachen. Schitterend!’ En de lamp? Roy slaagde er niet in om hem te maken, ondanks zijn elektrotechnische achtergrond. ‘Zie je,’ zegt hij met een knipoog, ‘heb ik toch het goede vak gekozen.’

lees verder

Zinmakers: Laurenz is nooit bang, zelfs niet op de forensisch psychiatrische afdeling

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal is het de beurt aan zelfstandig zorgprofessional Laurenz Geerlings (29). Een heel bewuste keuze was het niet. Maar toen bij de sollicitatie bleek dat Laurenz zou komen te werken op een forensisch psychiatrische afdeling (FPA), dacht hij: ach, waarom ook […]

Laurenz Geerlings

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal is het de beurt aan zelfstandig zorgprofessional Laurenz Geerlings (29).

Een heel bewuste keuze was het niet. Maar toen bij de sollicitatie bleek dat Laurenz zou komen te werken op een forensisch psychiatrische afdeling (FPA), dacht hij: ach, waarom ook niet? Heftiger dan werken met mannen en vrouwen met een strafrechtelijke titel of een delict gevaarlijke patiënten zonder strafrechtelijke titel, kon het bijna niet worden. Van de vier landelijke beveiligingsniveaus zat de instelling waar hij werkte op niveau 3. Mooie bagage om alvast in zijn rugzak te hebben voor de rest van zijn carrière.

Iedereen verdient een tweede kans

En heftig was het. Hij maakte knokpartijen mee, zelfs een steekpartij, en moest vrijwel dagelijks de-escalerend optreden. ‘Maar ik had het niet willen missen,’ zegt Laurenz. ‘Ik vond het een zeer interessante doelgroep. Mijn ouders stonden eerlijk gezegd niet te springen toen ik bij die ggz-instelling ging werken. De cliënten zijn in de regel vrij gevaarlijk en agressief. Ik houd juist van dat soort uitdagingen. Het doel was om hen te laten terugkeren in de maatschappij. Ik kreeg er energie van om met dat soort mensen te werken. In algemene zin kun je wel zeggen dat ik opsta als anderen wegkijken. En wegkijken is wat de maatschappij vaak doet bij delinquenten; soms begrijpelijk, maar ik vind dat iedereen een tweede kans verdient.’

Volledig zelfstandig

Toch trekt Laurenz eind oktober voor het laatst de deur van de FPA achter zich dicht. Vanaf dat moment is hij volledig zelfstandig zorgprofessional. Mede dankzij Zeno. ‘Ik heb de laatste jaren het bestaan als zzp’er gecombineerd met een vaste baan. Maar ik vind de opdrachten die ik via Zeno krijg zo leuk dat ik heb besloten om volledig zelfstandig te worden. De diversiteit aan opdrachten, maar ook de vrijheid spreken me aan. En ik voel gewoon dat Zeno bij mij past; qua visie op de zorg. We kijken vooral naar wat wél kan. En we doen altijd een stap vooruit.’

Uitdagende cases

Ook in alle opdrachten die Laurenz voor Zeno doet, staat de uitdaging centraal. ‘Ik werk voor Zeno vooral met volwassenen met een licht verstandelijke beperking. In al mijn cases komt probleemgedrag naar voren. Van agressie en baldadigheid tot intimidatie en grensoverschrijdend gedrag. Door 1-op-1-begeleiding probeer ik cliënten weer tot gewenst gedrag te bewegen. Dat heeft vaak met dezelfde dingen te maken: structuur, nabijheid en náást de cliënt staan in plaats van erboven. Om mij heen zie ik regelmatig gebeuren dat medewerkers handelen vanuit angst en geven te veel toe aan een cliënt. Dat is geen gezonde situatie. Als je bang bent, kun je nooit goed handelen.’

Nooit angst hebben

Laurenz kent geen angst. Niet in zijn werk voor Zeno, maar ook niet in de FPA. ‘Ik wist altijd hoe ik moest handelen. En in de ggz-instelling had ik een heel veilig gevoel en wist ik dat collega’s altijd voor me klaar zouden staan.’ Waar hij wel op terugvalt in zijn aanpak? Een combinatie van dingen, zegt Laurenz. ‘Een deel is ervaring; ik doe dingen nu anders dan vijf jaar geleden. Een deel is opleiding en methodieken die ik heb aangeleerd. En een deel is karakter. Ik geef van nature graag liefde en nabijheid aan mensen. Dat ik iets in de zorg wilde gaan doen, wist ik dan ook al snel.’

Van lusteloos naar moe en voldaan

Zijn vriendin werkt ook in de zorg. Ze hebben de afspraak thuis niet te veel over werk te praten. Maar soms kan Laurenz zich niet beheersen. ‘Als je successen behaalt, wil je die toch delen. Zoals die man die al een half jaar niet naar de dagbesteding ging, omdat hij zich daar niet voor kon motiveren. Twee weken na de start van onze begeleiding ging hij weer. Hij geniet, is daar helemaal de man en van zijn vaste begeleiders op de groep horen we dat hij ’s avonds moe en voldaan naar bed gaat. Terwijl die man voorheen lusteloos was en de hele dag niks deed. Ja, dat soort successen moet ik dan toch even delen thuis. Want dát is precies waarvoor ik dit werk ben gaan doen.’

lees verder

Zinmakers: een getatoeëerd lijf van 2 meter, maar Jesse zit lekker nagels te lakken

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie: Jesse Derksen (27), zorgprofessional bij Zeno. Nee, natuurlijk neem je niet zomaar iets van je moeder aan als je puber bent. En dus ging Jesse Derksen de bouw in. Want ja, hij was groot en sterk. En hij […]

Zinmaker Jesse Derksen

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie: Jesse Derksen (27), zorgprofessional bij Zeno.

Nee, natuurlijk neem je niet zomaar iets van je moeder aan als je puber bent. En dus ging Jesse Derksen de bouw in. Want ja, hij was groot en sterk. En hij wilde een stoer beroep hebben. Echte mannen gingen de bouw in. Nou, niet dus. Er was geen zak aan. Op zijn 21ste kapte hij ermee. En luisterde hij alsnog naar zijn moeder. ‘Mijn moeder zei altijd: óf je wordt jong vader óf je moet de zorg in,’ vertelt Jesse. ‘In onze straat was ik een van de oudere kinderen. Ik ontfermde me altijd over de andere kids en werd regelmatig gevraagd als oppas.’

Geen back-upplan meer

En warempel, zijn moeder had gelijk. Al tijdens de eerste maand van zijn opleiding gehandicaptenzorg wist hij: dit is het. ‘Ik had geen back-upplan meer, iets wat ik tot dan toe altijd had gehad, bij alles wat ik deed. Ik hoefde geen moeite te doen voor mijn huiswerk. En tijdens de les zat ik de hele tijd met mijn arm omhoog om dingen te vragen. Ik was mega-enthousiast. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. En nadat ik kennisgemaakt had met de praktijk, was ik helemaal niet meer te houden. Ik kon m’n kop niet meer houden over wat ik die dag nou allemaal weer had meegemaakt.’

Een stoerder beroep bestaat niet

Nu durft hij het met zekerheid te zeggen: ‘Een stoerder beroep dan begeleider in de intensieve zorg bestaat er niet.’ Met een big smile: ‘Werken op een Very Intensive Care groep is andere koek dan een badkamertje tegelen of een dak isoleren. Alleen weten maar weinig mensen dat. Vrijwel niemand kent deze kant van de zorg. Op verjaardagen kijken ze me vol verbazing aan als ik vertel wat ik doe.’

VIC: té intensief

Zelf werkte Jesse welgeteld twee dagen op een Very Intensive Care (VIC) groep. ‘Collega’s zeiden me: wat doe je bij de reguliere zorg? Kijk hoe groot en sterk je bent. Ik ging de uitdaging bij de VIC aan, maar kwam mezelf tegen. De cliënt die ik begeleidde, een meisje van 14 jaar, was te uitdagend voor me. Ik werd verrot getrapt en gebeten. Ik moest haar 45 minuten fixeren, terwijl ze tot bloedens toe haar hoofd op de grond beukte. Ik zag de pijn in haar ogen, voelde de onrust in haar lijf. Dat kwam ontzettend bij me binnen.’

Kwetsbaar opstellen

Met “heel veel moeite en ook een beetje schaamte” zei Jesse de andere dag: dit trek ik niet. ‘Voor die keuze kreeg ik complimenten van collega’s. Ze vonden het sterk van me dat ik me kwetsbaar durfde op te stellen. Ook vanuit Zeno heb ik ontzettend veel steun ontvangen. Dat deed me goed. Zelf heb ik er veel van geleerd. Voor mij was het de enige juiste beslissing. Je moet niet voor je ego of om stoer te doen over een grens heen gaan. Dat werkt alleen maar nadelig voor een cliënt.’

Zesde zintuig

Wat Jesse ook leerde, is dat cliënten volgens hem een soort zesde zintuig hebben. Zijn voorkomen – 2 meter, baard, tatoeages – is dan ineens niks meer waard. ‘Ze voelen het aan als je onzeker bent. Dan maakt een imposante uitstraling niet uit. Op die groep werken twee vrouwen die twee koppen kleiner zijn dan ik. Zij kunnen cliënten aan die ik niet aankan.’

Nagels lakken en haren vlechten

Bovendien, zegt Jesse, wil hij het clichébeeld doorbreken van grote kerels die intensieve zorg leveren. ‘Ik heb ook lekker nageltjes zitten lakken en haren zitten vlechten met oudere cliënten. Collega’s kijken weleens gek op. Maar je moet gewoon aansluiten bij de behoefte van de cliënt. Tegen cliënten zeg ik ook: ik mag er dan groot uitzien, ik ben eigenlijk gewoon een grote knuffelbeer! Als het écht nodig is, kan ik mijn fysiek inzetten. Maar ik los de meeste situaties eigenlijk op met humor en zorgzaamheid.’

Uitpluizen

Jesse werkt inmiddels zes jaar in de zorg. ‘Maar of ik nu tien, twintig of dertig jaar in de zorg werk, ervaren zal ik mezelf nooit noemen. Je kunt altijd blijven leren. Geen enkele cliënt en geen enkele situatie is hetzelfde. Je moet altijd scherp blijven en blijven beseffen dat er een persoon achter het ziektebeeld zit. Je kunt niks doen op de automatische piloot. Het uitpluizen van moeilijk verstaanbaar gedrag – wat bedoelt iemand, waar komt bepaald gedrag vandaan – vind ik het mooiste dat er is.’

Halve familie in de zorg

En Jesse’s moeder? ‘Je zult het niet geloven, maar zij is mede door mijn enthousiaste verhalen óók de gehandicaptenzorg in gegaan. Net als mijn vriendin, mijn beste vriend en een aantal familieleden. Thuis kunnen we eindeloos praten over ons werk. Ik ben blij dat ik uiteindelijk tóch naar mijn moeder heb geluisterd.’

lees verder

Zinmakers: Rik maakt het verschil met oprechte interesse in de mens

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal is het de beurt aan zelfstandig zorgprofessional Rik Koorevaar (42). Waar het begonnen is? Rik weet het nog goed. Hij was nog student toen Jeroen kwam wonen op de groep waar hij als leerling werkte. Jeroen was ernstig meervoudig beperkt. […]

Zinmakers Rik Koorevaar

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal is het de beurt aan zelfstandig zorgprofessional Rik Koorevaar (42).

Waar het begonnen is? Rik weet het nog goed. Hij was nog student toen Jeroen kwam wonen op de groep waar hij als leerling werkte. Jeroen was ernstig meervoudig beperkt. Hij was spastisch en kon niet praten. Wat moet ik hiermee, was het eerste dat Rik dacht. Maar hij ging zich verdiepen in Jeroen. Al snel realiseerde hij zich: in deze jongen zit meer dan de meeste mensen denken. Dus nam hij hem mee naar de supermarkt en gingen ze samen fietsen door het dorp. ‘Al snel zag ik dat hij interesse had in blonde vrouwen,’ vertelt Rik. ‘Dus als hij dan weer eens zijn nek bijna verdraaide, vroeg ik: en, is het wat? Nou, dan zat -ie te schateren op die fiets. Schitterend!’

De mens achter de cliënt

Daar begon het dus, het betrekken van cliënten bij het gewone leven. Daar begon het inleven in de cliënt, of beter: het inleven in de persoon áchter de cliënt. Want pure, oprechte interesse in de mens, dát is volgens Rik waarom het draait. ‘Je moet op een menselijke manier naar een cliënt kijken. Je kunt Triple C of welke methodiek dan ook tot in de puntjes beheersen. Maar alleen wanneer je écht, intrinsiek de mens achter de cliënt ziet, kun je het maximale uit deze persoon halen.’

Aanvoelen

Kun je dat leren? Rik denkt even na. ‘Ik merk wel dat ik in de loop der jaren steeds beter kan inschatten hoe ik een cliënt moet benaderen. Ik weet niet of dat echt aan te leren is. Als je een trucje toepast, prikken cliënten daar meestal doorheen. Ieder mens, en dus ook je benadering, is anders. Soms heeft iemand grenzen en duidelijkheid nodig. Dan komt er later meer ruimte voor een persoonlijkere, minder functionele benadering. Of niet, dat kan ook. Bij een andere cliënt begin je de eerste kennismaking direct met een grapje. Bij mij zit het in mijn karakter. Ik voel aan of ik, zoals bij Jeroen, een grap kan maken over een blonde vrouw. Waarbij je je natuurlijk wel moet realiseren dat je dat beter niet kunt doen bij iemand met een ongezonde obsessie voor vrouwen.’

Plezier teruggevonden

Rik is ervaren. Hij werkt al ruim 22 jaar in de gehandicaptenzorg, waarvan de laatste anderhalf jaar als zelfstandige. ‘Die prikkel had ik wel nodig. Sinds ik als zelfstandige werk, kom ik op verschillende plekken en werk ik met allerlei doelgroepen. Waarbij ik mijn kennis en ervaring ook kan overdragen aan collega’s. Dankzij de variatie in opdrachten heb ik het werkplezier weer helemaal teruggevonden. Ik realiseer me nu nog beter waarom ik ooit dit werk ben gaan doen. Zelf wil ik het maximale uit het leven halen. Dat gun ik anderen ook.’

Mentaliteitsverandering

Zoals hij ook collega’s het gunt om maximaal te genieten van hun werk. Al valt dat niet altijd mee. ‘Ik doe dit werk, omdat ik het écht leuk vind. Toch merk ik een mentaliteitsverandering bij begeleiders in de zorg. Er zijn veel jonge zzp’ers die net hun diploma hebben en vooral uren willen maken. Zij stellen financiële doelen boven de doelen van een cliënt. Dat vind ik wel zorgelijk. Bij Zeno-begeleiders merk ik dat een stuk minder. Bij de meeste collega’s proef, zie en voel ik diezelfde pure, oprechte interesse in de mens. En we kijken vooral naar de mogelijkheden. Daarom lukt het ons vaak wél om een vastgelopen groep of cliënt weer in beweging te krijgen.’

Elke doelgroep heeft zijn charme

Zo is Rik betrokken bij Bram, die thuis compleet was vastgelopen, maar door ambulante begeleiding van Zeno aan Huis weer helemaal opbloeide. Rik geniet ook als hij hoort dat een woongroep in Amstelveen, waar hij met Zeno-collega’s ritme en structuur terugbracht, op bewonersvakantie is geweest. ‘Dat werd voor onmogelijk gehouden.’ Met evenveel liefde tilt Rik mensen met een ernstige meervoudige beperking met een tillift in bad. ‘Zelfs na meer dan twintig jaar word ik daar blij van,’ zegt hij. ‘Of ik nu met kinderen, jongeren, volwassenen of ouderen werk; ik geniet als ik zie dat ze het comfortabel hebben, ontspannen zijn en lachen. Elke doelgroep heeft zijn charme, ongeacht de zorgvraag. Je moet het alleen wel zien. En wíllen zien. Nou, ik wil dat heel graag zien.’

lees verder

Zinmakers: Jaber kijkt nooit op de klok om te zien of zijn dienst er al op zit

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie maak je kennis met zelfstandig zorgprofessional Jaber Ghamouzi (24). Jaber Ghamouzi zegt het eerlijk. Vijf jaar geleden wist hij niet eens dat er woongroepen bestonden voor mensen met een beperking. Alleen ouderen woonden met elkaar in verzorgingshuizen, dacht […]

'Na jaren liep die man weer. "Ik sta achter je, er kan je niks gebeuren", zei ik'

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. In deze editie maak je kennis met zelfstandig zorgprofessional Jaber Ghamouzi (24).

Jaber Ghamouzi zegt het eerlijk. Vijf jaar geleden wist hij niet eens dat er woongroepen bestonden voor mensen met een beperking. Alleen ouderen woonden met elkaar in verzorgingshuizen, dacht hij. En wat denk je? Bleek er letterlijk achter zijn huis al jarenlang een woongroep te zitten waar mensen met een beperking intensief werden verzorgd. ‘Nooit geweten,’ zegt Jaber. ‘Je zag die mensen ook nooit buiten. Voor mijn gevoel zijn zij pas de laatste jaren meer onderdeel geworden van de maatschappij. Maar het kan natuurlijk ook dat ik er toen pas oog voor heb gekregen.’

Meeslepende meeloopdag

Die interesse hing samen met zijn baantje als taxichauffeur. Regelmatig bracht Jaber mensen met een beperking van A naar B. Via een vriend liep hij eens een dagje mee op een groep. ‘Er werden stoelen gegooid, mensen aangevallen. Ik vond het vrij spannend. Maar ik dacht ook: waar komt deze agressie vandaan? Ik realiseerde me wel dat zoiets niet zomaar gebeurt. Een cliënt kan niet praten, maar probeert op zo’n manier toch iets te zeggen. Dat intrigeerde me. Ik bleef hangen in die wereld. En zo realiseerde ik me dat er op die eerste meeloopdag onbekende gezichten waren. Dat nabijheid ontbrak. En dat het programma afweek van de standaard. Daarom ging het fout.’

Alleen maar cola halen

Dat zijn dus de dingen waar Jaber nu zelf extra op let. Sinds vier jaar is hij persoonlijk begeleider, waarvan de laatste twee jaar via Zeno. Jaber wil ‘lekker weg’ met cliënten, hen ‘de wereld laten zien’. Samen papier prikken, een krantenwijkje lopen, een boodschap doen in de supermarkt. Hij wil iets opbouwen met cliënten. ‘Ik heb een cliënt die uit zichzelf naar me toekomt. Alles waar hij mee zit, spaart hij op tot ik weer aan het werk ben. Dan oogt hij heel gespannen als ik binnenkom. Maar het duurt niet lang of alles komt eruit. Dat hij baalt dat hij zijn eigen geld niet mag beheren. Dan leg ik hem dat zijn ouders het beste voor hem willen. En maak ik een geintje dat ie anders alleen maar cola gaat halen. Dan begint ie te lachen, een teken dat hij het begrijpt.’

‘Ik ben sneller dan jij!’

Of neem die man van in de veertig, in zijn rolstoel. Eerst liep hij nog wel eens, met behulp van een looprek. Tot hij een keer viel en het niet meer wilde. De motivatie zakte, bij hem en zijn begeleiders. Stukje bij beetje hoorde Jaber van andere begeleiders over zijn voorgeschiedenis. Hij bouwde een band op; ze hadden samen een bedritueel. Muziekje erbij, beetje lachen, flauwe grapjes maken. Hij lachte zich rot als Jaber zei: ‘Ik ben toch sneller dan jij!’ Op een dag stelde Jaber voor om weer eens te proberen om te lopen. ‘Na een paar keer aandringen zegde hij toe. Ik zag de spanning in zijn ogen. Elke vijf seconden zei ik: “Ik sta achter je, er kan je niks gebeuren”. Dat gaf hem vertrouwen. Uiteindelijk bewogen we wekelijks, nadat hij dus jarenlang niks had gedaan.’

Emoties

Jaber krijgt een brok in zijn keel als hij het vertelt. ‘Op de werkvloer probeer ik die emoties altijd binnen te houden. Maar na de dienst word ik weleens emotioneel hoor, als ik aan dat soort situaties terugdenk,’ zegt hij. ‘Dit zijn de mooie dingen van ons vak. Maar ik geniet ook van de spanning. Het constant scherp moeten zijn, omdat er in een onbewaakt moment iets kan gebeuren.’

Nooit op de klok kijken

Wat hem een goede begeleider maakt? Jaber denkt even na. ‘Dat ik het niet als werk zie,’ zegt hij dan. ‘Ik doe met cliënten dingen die ik zelf ook leuk vind. Buiten zijn, het bos in, sporten. Ik wil een huiselijke sfeer creëren, zoals ik ook met familie en vrienden doe. Ik heb nog nooit op de klok gekeken om te zien of mijn dienst er al op zit. Ik kom daar altijd pas achter als een collega binnenkomt. Ik werk eerder te veel dan te weinig.’

Waardering

En al helemaal sinds hij voor Zeno werkt. ‘In loondienst miste ik soms waardering. Sinds ik als zelfstandig zorgprofessional voor Zeno werk, voel ik die waardering wél. Er werken enorm veel zzp’ers voor Zeno, maar toen ik onlangs trouwde, vond ik toch een kaart van Zeno in de bus. Dat zegt  iets en dat betekent ook heel veel voor mij. Bij Zeno ben je geen nummer. Daarbovenop komt dan nog de kwaliteit van zorg waar Zeno voor staat.’  

lees verder

Zinmakers: hoe extremer het gedrag, hoe rustiger Michel wordt

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal: Michel Oosterbroek (36), zorgprofessional in dienst bij Zeno. Wie wordt er niet rustig van Michel Oosterbroek? Hij mag er van een afstand dan uitzien als een beer van een vent – flink postuur, kale kop en goedgevulde baard – als […]

Michel Oosterbroek

In de rubriek Zeno Zinmakers vertellen onze professionals over hun zin om te zorgen. Ditmaal: Michel Oosterbroek (36), zorgprofessional in dienst bij Zeno.

Wie wordt er niet rustig van Michel Oosterbroek? Hij mag er van een afstand dan uitzien als een beer van een vent – flink postuur, kale kop en goedgevulde baard – als hij begint te praten, klinkt hij rustig en bedachtzaam en beginnen zijn vriendelijke ogen te stralen. Precies die rust krijgt Michel over zich heen als zich extreme situaties voordoen op de werkvloer. Bijvoorbeeld toen hij door een cliënt met een mes bedreigd werd. Of die keer dat hij nietsvermoedend thee ging zetten voor een cliënt. Kokend water dat bedoeld bleek om over hem en andere cliënten heen te gooien. ‘Daar leer je van,’ zegt Michel met een lichte grijns.

Stap vooruit, met respect voor de cliënt

Nooit laat Michel zich van de wijs brengen. ‘Er komt een bepaalde rust over me heen als er iets gebeurt,’ zegt hij. ‘Waar sommige zorgprofessionals een cliënt snel naar de grond werken, probeer ik dat te voorkomen met mijn houding en met woorden. In negen van de tien situaties stap ik naar voren. Maar wel met respect voor de cliënt. Ik onderschat niemand. Vaak werkt dat. Ik weet dat rustig blijven het best is om de situatie te controleren. Gelukkig kan ik dat in praktijk brengen, mede dankzij mijn karakter. Eigenlijk heb ik vanaf het begin aansluiting gehad met allerlei typen cliënten.’

Iemands leven mooier maken

Ook na ruim vijftien jaar als begeleider geniet Michel ervan als hij cliënten tot rust kan brengen. Hij gloeit van plezier als een dienst die chaotisch begon doordat een cliënt het huis verbouwde, eindigt met een frisse duik in een kanaal met diezelfde cliënt. ‘Als er eerst geen woord met iemand te wisselen is, maar diegene dan totaal ontspannen naar bed gaat… Ja, dan zit ik met een heel fijn gevoel in de auto terug naar huis. Het is ontzettend fijn dat je met je eigen kwaliteiten het leven van iemand anders mooier kan maken. Uiteindelijk draait het dáár om in de zorg.’

Klaar met de zorg

Toch was hij er eigenlijk wel klaar mee, met de zorg. De laatste jaren zag hij bij steeds minder collega’s dezelfde passie en drive voor het vak als hij zelf heeft. ‘Elke organisatie zegt dat de cliënt centraal staat, maar op de werkvloer merkte ik daar steeds minder van. Ik snap dat vanuit financieel oogpunt keuzes gemaakt moeten worden, maar ik ben ervan overtuigd dat dit niet ten koste hoeft te gaan van de kwaliteit van zorg. Maar ik trof weinig collega’s die er hetzelfde in stonden als ik.’

Gegrepen door Zeno

Hij stond in de startblokken om het roer om te gooien en een studie bestuurskunde te beginnen, toen hij Zeno-oprichter Lucas van Wingerden tegenkwam. ‘Ik werd gegrepen door zijn verhaal. Na dat gesprek dacht ik: hé, er zijn toch nog gelijkgestemden in de zorg. Toen ben ik bij Zeno in dienst gegaan. Al tijdens mijn eerste opdracht bleek dat een goede keuze. Ik begon op een locatie waar ook al snel drie anderen via Zeno kwamen werken. Dat voelde gelijk vertrouwd, omdat we dezelfde mentaliteit en visie hebben. Deze mensen snappen het, voelde ik meteen.’

Andere begeleiders coachen

Daar mogen – nee: moeten – er meer van komen, vindt Michel. De laatste jaren klinkt er in zijn hoofd steeds vaker een stemmetje, dat zegt: ik wil niet alleen cliënten, maar ook andere begeleiders helpen. En ongezonde structuren binnen een organisatie bespreekbaar maken en herstellen. ‘De leidende rol die daarvoor nodig is dwing ik vaak af in de praktijk. Ik wil ervoor zorgen dat anderen net zo makkelijk aansluiting vinden bij cliënten als ik. Bijvoorbeeld door hen te leren dat werken met cliënten geen eenrichtingsverkeer is. Je hoeft geen lijstje af te vinken, je moet een dialoog aangaan. Neem de cliënten op de groep waar ik nu gedetacheerd ben. Sommigen hebben al eens zelfstandig gewoond, maar zijn nu even teruggeworpen. Hen hoef je niet te vertellen wat ze moeten doen. Je moet hen erbij betrekken, samen tot de invulling van een zinvolle dag komen.’

Met vertrouwen op de werkvloer

Ook coaching heeft altijd al in Michel gezeten. ‘In het verleden heb ik ook weerbaarheidstrainingen en collegiale traumaopvang gegeven aan collega’s. Gewoon, omdat ik het belangrijk vind dat collega’s met meer vertrouwen op de werkvloer staan. Het zou zonde zijn als mensen afhaken, omdat ze te weinig vertrouwen hebben. We hebben iedereen nodig in de zorg! Daarom vind ik het coachen van collega’s momenteel leuker dan de directe zorg op de werkvloer. Dáár zit nu echt mijn drive. In het grotere plaatje heeft dat voor mij meer waarde.’ Eén ding lijkt daarbij vast te staan: als Michel begint te spreken, dan zullen zijn collega’s rustig naar hem luisteren.

lees verder